Aanleiding

Toen we enkele jaren geleden de natuur- en techniekmethode Wondering the World ontwikkelden, benaderden scholen ons met de vraag: ‘En wanneer beginnen jullie aan aardrijkskunde?’ Aan deze vraag is in 2017 -2018 gehoor gegeven. Er is onder de scholen die Wondering the World gebruiken een inventarisatie gedaan naar scholen die mee wilden doen aan een vooronderzoek naar de ontwikkeling van een concept voor de aardrijkskundemethode Travelling the World. Ondanks dat de reacties op het initiatief alleen maar positief waren, stelde de uitkomst teleur. Er meldden zich te weinig scholen aan om zakelijk op een verantwoorde manier te kunnen starten.

De motieven waren de volgende:

  • Aardrijkskunde is niet zo identiteitsgevoelig als natuur- en techniekonderwijs. Daarom heeft het geen prioriteit.
  • Het is een mooi initiatief, we blijven graag op de hoogte, maar doen niet mee omdat we nog niet toe zijn aan een nieuwe methode.
  • De kosten van €750 voor deelname aan het vooronderzoek vinden we niet verantwoord, het bedrag is te hoog en/of het is niet begroot.
  • We weten niet of het concept van de methode bij ons gaat passen en/of we wel een christelijke methode willen. De identiteit zit niet in een methode maar in de leerkracht.

De uitkomst stelde niet alleen ons, maar ook onze investeerders, veelal christelijke ondernemers, teleur. De vragen die de investeerders bij de motieven van de scholen stelden waren de volgende:

  • Waarom is aardrijkskunde niet gevoelig voor identiteit. Het gaat hier toch ook over goed rentmeesterschap en de vragen rond schepping en evolutie?
  • Hoe kun je iets mooi en belangrijk vinden en toch niet investeren? Je stelt een investering toch niet uit tot de afschrijvingstermijn voorbij is. Dan ben je te laat en loop je achter de feiten aan.
  • Een voorinvestering van €750 stelt niets voor op de begroting van een gemiddelde school. Voor zo’n klein risico wil je toch niet toekijken en de verantwoordelijkheid afwentelen op investeerders?
  • Begrijpelijk dat een methode moet passen bij de school, maar daar kom je nooit achter wanneer je niet eerst in conceptontwikkeling investeert.

Na rijp beraad is toen besloten de investering niet door te zetten en als Edu-Sign B.V. alleen het risico te dragen, terwijl een groot deel van de scholen van de zijlijn toekeek. We namen ons verlies en boekten dit af.

Als voorzitter van een schoolbestuur en ondernemer in onderwijs herken ik het gedrag van de scholen, maar als ondernemer kun je er anno 2020 niets mee. Het zijn precies de motieven waarom de ontwikkeling van innovatieve methoden, ook bij de grote uitgeverijen, zo moeizaam gaat.

Mijn persoonlijke mening is dat je niet kunt zeggen dat christelijke methoden belangrijk zijn en vervolgens geen risico wilt nemen om samen eigentijds lesmateriaal te ontwikkelen. Uiteraard ligt het ingewikkelder, methoden moeten passen binnen je schoolconcept, er moet commitment zijn binnen het team, enzovoorts.

Maar wanneer we met elkaar in deze spagaat blijven zitten, laten we mogelijkheden lopen en zit er straks niets anders op dan gebruik te maken van seculiere aanbieders. En wie denkt dat we daar zelf als leraren bij zijn, vergist zich. Onze leraren zijn te generiek opgeleid om seculiere leerpsychologische en didactisch principes te doorzien en hebben daarbij vaak ook te weinig vakinhoudelijke kennis om op basis van wetenschappelijk betrouwbare informatie vanuit de christelijke identiteit een redelijk alternatief te bieden. Dat is geen diskwalificatie, maar de realiteit van elke dag. Daarom moeten we leraren helpen aan goed en betrouwbaar ‘gereedschap’.

Herkansing
Ondanks de teleurstelling in 2018, liet het idee ons niet los. Misschien was de tijd er niet rijp voor en zou zich wellicht een nieuwe mogelijkheid voordoen. Nadat het plan geparkeerd is, zijn we regelmatig door scholen benaderd met de vraag naar aardrijkskunde. Na de nodige over- en afwegingen is het besluit genomen om opnieuw het idee voor Travelling the World aan de scholen voor te leggen. Hierbij weten we ons gesteund door wetenschappers uit eigen kring.