Inloggen

De Schrijverstafel

Wie veel ziet kan veel vertellen. Dat geldt ook voor ons werk. Met onze schrijverstafel gaan we echter een stap verder. Wat wij zien en ontwikkelen in de praktijk schrijven we ook op. Maar dat doen we niet zonder er eerst de literatuur op na te slaan. Het doel van onze bijdragen aan de schrijverstafel is enerzijds reflectie en verdieping bieden en anderzijds inspirerende ideeën en praktijkvoorbeelden aanreiken.


Wilt u zelf een bijdrage leveren aan kennisverspreiding via onze schrijverstafel? Neem dan contact op met ons. U kunt vrij uit onze bijdragen citeren zolang u zich houdt aan het auteursrecht en de richtlijnen van de APA. Het is echter niet toegestaan zonder toestemming bijdragen te kopiëren of in scholing en training te gebruiken.

Praktijk

Subcategorieën van deze categorie: Basisonderwijs, Voortgezet onderwijs

In de slag om de leerling zoeken scholen voor voortgezet onderwijs naar mogelijkheden om zich te onderscheiden. Dat gebeurt niet alleen meer door identiteit of een eigen pedagogisch en onderwijskundig concept. Steeds vaker bieden scholen naast het reguliere onderwijsprogramma een verdiepingsprogramma aan. Business is hiervan een voorbeeld. 

Ruim een jaar is Edu-Sign Management betrokken bij de transitie van een school voor voortgezet onderwijs naar een school met een Highschoolprofiel. De school ligt midden in de grote stad en wordt grotendeels bevolkt door allochtone leerlingen. Leerlingen met ambitie en vastbesloten iets van hun leven te maken. Daar springt de school op in, door naast het reguliere onderwijsprogramma drie studierichtingen aan te bieden: Business, Science en Creative.

Hoe is de transitie aangepakt? Na het uitspreken van de ambitie is Edu-Sign Management aan het werk gegaan. Allereerst is er een Highschoolconcept ontwikkeld. Kort en krachtig zijn de pedagogische, onderwijskundige en organisatorische uitgangspunten beschreven.

Vervolgens is het businessprofiel beschreven. Hier is ervoor gekozen om het begrip entrepeneurship centraal te stellen. Daarmee is het businessprofiel toegankelijk voor alle leerlingen, die creatief en ondernemend zijn. Het businessprofiel beschrijft de attitude, kennis, inzicht en vaardigheden die iedere leerling na vijf jaar (Havo) of zes jaar (VWO) moet bezitten. Het profiel sluit aan op internationale programma's voor entrepeneurship.

Het businessprogramma kent drie fasen:

  • Leerjaar 1: Exploring business
  • Leerjaar 2-3: Business basics
  • Leerjaar 4-6: Young Entrepeneurs

Iedere fase wordt afgesloten met een certificaat. Vanaf leerjaar 3 tot en met 6 sluiten de certificaten aan bij een internationaal erkende kwalificatiestructuur.

Het onderwijsprogramma is beschreven op moduleniveau en ingebed in het businesscurriculum waar de domeinen en doelstellingen beschreven zijn. Deze beschrijving sluit aan op internationale curricula.

Nu, een jaar na de start van het project gaat de implementatie met vallen en opstaan. Dwars door de ontwikkeling heen loopt een fusieproces waarbij drie scholen ineengevlochten moeten worden. Maar nu blijkt de kracht van een helder beschreven concept en een sterk curriculum. De richting is duidelijk. De opzet van het businessprofiel stuurt ook de inrichting van Science en Creative aan.

Business spreekt aan. De eerste leerlingen zijn gestart. Nieuwe ouders en leerlingen zijn nieuwsgierig. 'Hoe werkt zo'n profiel? Kan dat wel naast het gewone programma?' Maar een businessprofiel volgen met straks een internationaal erkende kwalificatie, is ook uitdagend.

Intussen gaat het proces verder. Ook praktische zaken als lessentabellen en de toekenning van uren horen er bij. Nog even en de onderhandelingen met Hogescholen en Universiteiten starten. Want leerlingen die vijf of zes jaar extra business gevolgd hebben, dat zijn interessante klanten voor wie ze best iets willen doen.

Interesse? Edu-Sign Management adviseert en begeleid scholen bij transitieprocessen.

©Bert Kalkman
Hits: 1985
Waardeer dit blogartikel:

Both, K. (2012). Zorgen voor biodiversiteit. In: Mensenkinderen 132 (pp.31-33).

Wel eens over de Grote bladsnijder gehoord? En er een gezien? Of de Witbaardzandbij? Een school kan de onderwijsmaterialen van 'Het jaar van de bij' bestellen om dat te weten te komen. Er gaat dan een wereld open, voor kinderen en hun groepsleiders, namelijk de wereld van bijen. Bovendien kan je deze dieren een handje helpen. Een ideaal thema voor wereldoriëntatie dus. En als het dit schooljaar niet meer in te passen is: bestel dan vooral de materialen. Dan maak je van 2013 je eigen 'Jaar van de bij'. Kees Both, pedagoog, Jenaplandeskundige en intensief betrokken bij natuuronderwijs laat in zijn bijdrage zien hoe leraren aandacht kunnen geven aan 'biodiversiteit', met de bijen als voorbeeld.


Download Zorgen voor biodiversiteit

©K. Both
Hits: 1957
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Basisonderwijs

In een eerdere blog is aandacht besteed aan het project werken met Reken- en Taalmorgens. Nu vertelt Jacobien Deelen, bouwcoördinator groep 5-8 uit de praktijk hoe het project verlopen is.

Door Jacobien Deelen

Al zo’n vijf jaar zijn wij op de Rehobothschool bezig om ons te professionaliseren in het vormgeven van exemplarisch onderwijs op onze school. Exemplarisch onderwijs heeft ons veel gebracht! Het bracht ons en de kinderen diepgang, rust en verwondering. We kregen tijd en rust om stil te staan bij de dingen die er toe doen.

Langzaam maar zeker begonnen de verschillen tussen de exempels en de ‘gewone’ reken- en taallessen groter te worden. Steeds meer vroegen we ons af: hoe kunnen we de verworvenheden van exemplarisch onderwijs ook toepassen tijdens de reken- en taallessen? Zo ontstond het idee te gaan werken met reken- en taalmorgens. Eén morgen staat zo compleet in het teken van rekenen of taal en dat geeft ons de tijd om een onderwerp goed uit de werken en kansen de exemplarische manier van werken vorm te geven. Januari 2012 zijn we gestart met een proeftraject rondom taal- en rekenmorgens. We hebben vooraf goede begeleiding gekregen om het traject vorm te geven. We hebben het als heel waardevol ervaren om juist ook met elkaar na te denken over onze visie op exemplarisch onderwijs en hoe we die graag vertaald zouden zien tijdens de reken- en taalmorgens. Zo hadden we helder wanneer we het proeftraject als geslaagd zouden beschouwen en wanneer we het zouden moeten bijstellen.

We zijn gestart met rekenmorgens op de maandag en donderdag, en taalmorgens op de dinsdag en vrijdag. Iedere taalmorgen kent ook een zogenaamd rekenkwartiertje en iedere rekenmorgen een taalkwartiertje. De woensdag is een gewone lesdag. Tijdens het traject liepen we er tegenaan dat we als leerkrachten allemaal een andere beginsituatie hadden. Sommigen van ons werkten al lang met exemplarisch onderwijs, anderen waren nog maar kort bezig. Ook de ervaring in een bepaalde leergroep telt mee als je rekenen en taal op een heel andere manier moet gaan indelen in het rooster. Ook hadden we te maken met verschillende stijlen: de één gaat liefst gelijk van start en stelt later bij; een ander wilde graag eerst alles duidelijk hebben. Het visiedocument en de daaruit voortvloeiende checklist met aandachtspunten heeft ons geholpen om hier bovenuit te stijgen en met elkaar te praten over wat we écht wilden bereiken met de reken- en taalmorgens.

Verder zijn daarbij de scholingsmomenten en de momenten tijdens de bouwvergaderingen belangrijk geweest omdat we dan onze knelpunten en mooie momenten konden delen met elkaar en elkaar daarbij vervolgens verder konden helpen. Het was juist ook op die momenten fijn om input te krijgen van ouders en leerlingen. Ouders konden reageren via een invulformulier op de website of de leerkrachten mailen. Bert Kalkman is een dagdeel hier op school geweest om in gesprek te gaan met de kinderen uit groep 6, 7 en 8, waarbij hij hen op kindniveau de punten uit onze checklist voorlegde. We hebben ervaren dat de input van kinderen ons een duwtje in de rug gaf, ons verder hielp en van dingen bewust maakte waar we ons nog niet bewust van waren.

Samengevat gaven de kinderen ons terug dat ze nu meer tijd krijgen om zich de lesstof eigen te maken. Er is meer tijd en ruimte om elkaar te helpen (‘Wie anderen onderwijst, onderwijst zichzelf’). Dit traject heeft ons als bovenbouwteam niet alleen nieuwe mogelijkheden en ervaringen gebracht rondom exemplarisch onderwijs. Het heeft ons meer na leren denken over hoe onze kinderen leren, en wat wij belangrijk vinden om ze mee te geven. Wie je ook bent als leerkracht, op dit punt vinden we elkaar en kunnen we elkaar en onze kinderen naar een hoger plan tillen.

U bent geïnteresseerd geraakt en wilt meer weten over betekenisvol uw onderwijs organiseren? Neem dan contact met ons op.

©Jacobien Deelen
Hits: 2503
Waardeer dit blogartikel:
0

Vakinhouden die persoonlijk betekenis krijgen voor leerlingen? Menig leraar heeft de moed al opgegeven. Inderdaad, leerlingen hebben snel door wanneer ze slechts toeschouwers zijn. Dan gebeurt er wat leerlingen zeiden: ‘Dan heb je Engelse woordjes geleerd, en daar sta je dan wanneer je Engels moet spreken. Dan kun je het niet omdat je alleen maar woordjes geleerd hebt.’ Lesgeven is de kunst van het verbinden; leerlingen uitnodigen deel te nemen aan de professionele wereld van de leraar en zijn vak. Dat betekent leerlingen voordoen hoe het vak werkt, laten zien hoe er binnen een vak gedacht wordt. Dat lukt niet in de rol van instructeur, dan geef je informatie. Het lukt alleen vanuit het aloude principe meester – gezel, waar ‘de meester’ laat zien dat vakmanschap nog altijd meesterschap is. Soms gaat dat heel eenvoudig. Een leraar aardrijkskunde die al tien jaar aanloopt tegen de demotivatie van zijn leerlingen bij het leren van de verschillende typen havens in Europa, draait zijn programma helemaal om. In plaats van uit te leggen waar de havens liggen en wat voor type havens het zijn, krijgen de leerlingen een lege kaart van Europa met de vraag de positie voor 8 havens te bepalen. De argumentatie moet gebaseerd zijn op geografische en economische motieven. Twintig minuten lang zijn de leerlingen intensief aan het werk. Er wordt stevig gedebatteerd over de argumenten voor en tegen. Na verloop van tijd inventariseert de leraar op welke plaats de leerlingen hun havens gepositioneerd hebben. Na alle argumenten gewisseld te hebben komt uiteindelijk een actuele kaart met de havens van Europa tevoorschijn. Aan de leerlingen de vraag de eigen havenposities te vergelijken met die op de kaart. Zo was het uur voorbij voor de leerlingen er erg in hadden. 'Tja’, zei er een. ‘Die havens zitten nu wel in m’n hoofd. En die haven van Antwerpen, zou ik vandaag toch ergens anders aanleggen. Misschien iets samen doen met Terneuzen of zo.’ De leraar keek tevreden. Hij had het begrepen: Leren vanuit de echte vragen motiveert leerlingen. En hijzelf? Hij voelde zich veel meer vakman dan voorheen. De aanpak van meer aan minder leren, van dialogiserend onderwijzen had hem te pakken.

Hits: 3252
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Basisonderwijs

 Op een van onze samenwerkingscholen draait vanaf januari 2012 een interessant project. Werken in grote betekenisvolle gehelen is het motto. De school wil af van versnippering en fragmentering van lesinhouden. Er gaat zoveel tijd verloren met leswisselen, boeken pakken, instructie geven enzovoorts. En wat te denken van de kinderen die iets langzamer op gang komen of meer degenen die meer zorg en aandacht nodig hebben. Als de lessen na 45-50 minuten voorbij zijn, is lang niet iedereen klaar en heeft lang niet iedereen de zorg en aandacht gehad die wenselijk is. Dat hebben we dus anders aangepakt vanaf januari. Reken- en taalmorgens heet ons project. Het voordeel? Dat is wat we momenteel onderzoeken. Observeren in de klas, leerlingen interviewen en de eerste resultaten? Leerlingen willen niet meer terug naar vroeger. 'We hebben nu tenminste tijd om ons werk af te maken. Je kunt ook veel beter samenwerken dan vroeger en de juf heeft alle tijd om je te helpen. En wat dacht u? Nu zijn we tenminste 's middags ook van rekenen en taal af. Daar werken we ook al met één vak per middag.' Lekker overzichtelijk toch als leraar en als kind. Waarom moeilijk doen als het ook anders kan? Gaat alles goed? Natuurlijk niet. Er zijn ook leerlingen die het lastig vinden. Zeker wanneer je een eigen of aangepast programma volgt, verdient het een goede afstemming met de leerkracht en de IB'er. Daar wordt nu aan gewerkt.

©Bert Kalkman
Hits: 2120
Waardeer dit blogartikel: