Inloggen

De Schrijverstafel

Wie veel ziet kan veel vertellen. Dat geldt ook voor ons werk. Met onze schrijverstafel gaan we echter een stap verder. Wat wij zien en ontwikkelen in de praktijk schrijven we ook op. Maar dat doen we niet zonder er eerst de literatuur op na te slaan. Het doel van onze bijdragen aan de schrijverstafel is enerzijds reflectie en verdieping bieden en anderzijds inspirerende ideeën en praktijkvoorbeelden aanreiken.


Wilt u zelf een bijdrage leveren aan kennisverspreiding via onze schrijverstafel? Neem dan contact op met ons. U kunt vrij uit onze bijdragen citeren zolang u zich houdt aan het auteursrecht en de richtlijnen van de APA. Het is echter niet toegestaan zonder toestemming bijdragen te kopiëren of in scholing en training te gebruiken.

Subscribe to this list via RSS Bekijken artikelen getagged zin

Posted door op in Algemeen

Bouwen is samenwerken
In Nederland vindt onderwijs nog altijd grotendeels plaats ín het schoolgebouw. De meeste pedagogen zijn het erover eens dat onderwijs het beste ‘werkt’ wanneer het verbonden is met de praktijk, de samenleving, onze leefomgeving. Bij het ontwerp van een schoolgebouw moet dan ook intensief worden samengewerkt met pedagogen en didactici om de pedagogische en didactische visie ruimtelijk te vertalen waardoor het gebouw het onderwijs ondersteunt.

Normen
In Nederland wordt de uiteindelijke ruimtelijke opzet van veel scholen grotendeels bepaald door de geldende normen qua ruimte, het daaraan gekoppelde budget en het traditionele gang,- of haltype als ruimtelijk model. Omdat de norm karig is, zeker in vergelijking met het buitenland, zal het niet verbazen dat veel scholen compacte en efficiënte gebouwen zijn waarin iedere meter is benut. Op zichzelf is dit niet verkeerd, maar het levert niet het beste resultaat op. De kans dat het resultaat veel rijker en doeltreffender is ontstaat wanneer er een nauwe samenwerking is tussen architecten en onderwijskundigen bij het ontwerp van een schoolgebouw.

Visie heeft effect
Hierbij vormt een duidelijke onderwijskundige visie de basis van waaruit gewerkt wordt, waar naartoe gewerkt wordt. De architect gaat aan het werk om tot een ruimtelijk model te komen, een ruimtelijk concept waarin de basale behoeften vanuit het onderwijs plaats wordt geboden. In de beginfase zijn dit vaak meerdere modellen en gaandeweg het proces groeit één ruimtelijk model uit tot een kernachtige vertaling van de onderwijskundige visie. Onderwijskundigen toetsen dit model, stellen het scherp en bevragen bepaalde ruimtelijke keuzes.

Nieuw denken
Bij dit proces is het belangrijk dat architecten en onderwijskundigen leren te vergeten wat ze allemaal al weten van een schoolgebouw. Dan kunnen er verrassende en doeltreffende onderwijsomgevingen ontstaan waarin het leren niet meer plaatsvindt in één klaslokaal tussen vier muren omdat zowel het didactische als ruimtelijke model veel spannender en uitdagender blijkt te zijn.

conceptschets 0002 LR 

SAM 0789

SAM 0792

SAM 0774

©Eef-Jan Boon
Hits: 2138
Waardeer dit blogartikel:
0

Tijdens een recente masterclass 'Onderwijsleerprocessen' verzuchtte een van de deelnemers spontaan: 'Hoe komt het toch dat het onderwijs zo weinig aansluit bij wat onderzoek over leren laat zien? In plaats van te luisteren naar de uitkomsten van onderzoek doen we het tegenovergestelde.' Inderdaad, tot welk gedrag leidt de resultaatgerichte aanpak? Worden om 'snel' resultaat te boeken niet bijna behaviouristische aanpakken gehanteerd; input en output? Alleen al de naamgeving van bijvoorbeeld het Directe Instructiemodel spreekt wat dat betreft boekdelen.

Effect op korte termijn
Nu is er voor scholen die zwakke leerresultaten boeken niets mis mee om gebruik te maken van het Directe Instructiemodel. In bepaalde situaties heeft het zich ook als effectief bewezen. Maar wat weinig mensen zich realiseren is dat deze modellen een eenzijdige visie op leren presenteren. Het zijn modellen die de rol van de leraar erg centraal stellen met als gevolg dat het de inbreng van de leerlingen in het leerproces sterk reduceert.

Instructiegerichte aanpakken als het model voor DI zorgen op korte termijn wel voor resultaat, maar wat de meeste leraren  zich niet realiseren is dat niet alleen de rol van de leerling ingeperkt, maar dat ook het handelingsrepertoire van de leraar ingeperkt wordt.

Van resultaat naar proces
Een resultaatgerichte aanpak is immers niet gericht op het versterken van de leervaardigheden van de leerlingen, het leerproces, maar is gericht op het boeken van resultaten, het product. En met resultaten, boek je in onze door meet- en regelsystemen beheerste onderwijscultuur ook het snelst succes. Scoor je voldoende, dan ben je immers buiten beeld van de inspectie en de pers. Maar juist wanneer de basis voldoende is, is het tijd de aandacht voor het resultaat te verleggen naar de kwaliteit van het leerproces. In die zin is het terecht dat de onderwijsinspectie hier in het onderwijsverslag 2011/2012 de vinger bij legt.

Resultaten en zinvol leren
De laatste jaren zijn veel onderzoeken verschenen die ons leren wat beter en minder goed werkt in het onderwijs. Publicaties van Marzano (2008, 2011), Hattie (2009, 2012), Van der Grift (2010) en Van Tartwijk (2011) tonen aan dat leraren die zich richten op het leerproces veel grotere effecten realiseren dan leraren die voor leraargecentreerde aanpakken kiezen.

...
©Bert Kalkman
Hits: 2477
Waardeer dit blogartikel:

Napoleon
Juni 1815 Terwijl de Franse legers van Napoleon oprukken, haasten de Britten, Nederlanders en Pruisen zich naar hun stellingen. Weer lijkt Napoleon hen te slim af te zijn. Op zondag 18 juni 1815 ontbrandt de hevige strijd. ’s Avonds om 21:00 uur is de strijd voorbij: Napoleon is definitief verslagen. Europa haalt opgelucht adem. April 2013

Leerdagboek
Leerlingen van groep 8 zitten gebogen over Waterloos strijdtoneel. De overzichtskaart in hun leerdagboek ligt opengeslagen. Op basis van een dagboek over de strijd worden legers in stelling gebracht, aanvallen uitgevoerd, verliezen geleden en overwinningen behaald. Dan is ook op papier de strijd voorbij. Hoewel… Oorlogsgeluiden klinken door het lokaal als de meester het muziekstuk van Benedict Silbermann laat horen.

Verdieping
En ook na schooltijd is de Slag nog niet voorbij. Enthousiast werken een aantal leerlingen aan een verdiepingstaak waarbij een eigen lied over Waterloo gecomponeerd moet worden. In 2013 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van het deel voor groep 8 van Venster op Nederland.

Testfase H8.1 Nederland op stoom
In april was hoofdstuk 1 ‘Nederland op stoom’ gereed om in de praktijk te worden uitgeprobeerd. Dit eerste hoofdstuk voor groep 8 gaat over verschillende facetten van de 19e eeuw. Naast staatkundige ontwikkelingen (in 1815 krijgt Nederland de eerste koning: Willem I) is er volop aandacht voor de industrialisering, de kinderarbeid, de opkomst van de emancipatiebewegingen en de Schoolstrijd.

Praktijkervaring
Hoe de leerlingen het werken met Venster op Nederland in het algemeen, en in het bijzonder het werken over ‘Nederland op stoom’ ervaren hebben? Daarover hoeft de leraar die de conceptmaterialen heeft uitgeprobeerd, niet lang over na te denken. ‘Het spreekt ze geweldig aan’, vertelt hij. ‘Dit onderwijs is echt anders, dat vertelden leerlingen me toen ik er in de klas naar vroeg. Wat is er dan anders? zo wilde ik van hen weten. Je bent er helemaal mee bezig, zo vertelde een meisje. Een jongen merkte op dat hij de dingen goed leerde begrijpen. Ook de afwisseling van activiteiten spreekt ze erg aan.’ De leraar is niet zuinig met zijn complimenten. ‘De handleiding is goed doordacht en biedt een prima handvat om de lessen voor te bereiden en te geven. Ik vind het waardevol dat er tips worden gegeven om onderwerpen verder uit te werken. Mooi dat er gelegenheid is voor vakkenintegratie. Zo heb ik de verwerking van de opening van de eerste spoorrails op 18 september 1839 bij de tekenles laten uitvoeren.’ De leraar van groep 8 heeft nog maar één hoofdstuk gezien – en dat in een testversie. Maar hij weet het zeker: ‘Ook het deel voor groep 8 beloofd iets moois te worden!’

U wilt weten wat u met Venster op Nederland kunt? Laat u door ons informeren.

 

©Pieter Dirk Blom
Hits: 2396
Waardeer dit blogartikel:
0

Both, K. (2012). Zorgen voor biodiversiteit. In: Mensenkinderen 132 (pp.31-33).

Wel eens over de Grote bladsnijder gehoord? En er een gezien? Of de Witbaardzandbij? Een school kan de onderwijsmaterialen van 'Het jaar van de bij' bestellen om dat te weten te komen. Er gaat dan een wereld open, voor kinderen en hun groepsleiders, namelijk de wereld van bijen. Bovendien kan je deze dieren een handje helpen. Een ideaal thema voor wereldoriëntatie dus. En als het dit schooljaar niet meer in te passen is: bestel dan vooral de materialen. Dan maak je van 2013 je eigen 'Jaar van de bij'. Kees Both, pedagoog, Jenaplandeskundige en intensief betrokken bij natuuronderwijs laat in zijn bijdrage zien hoe leraren aandacht kunnen geven aan 'biodiversiteit', met de bijen als voorbeeld.


Download Zorgen voor biodiversiteit

©K. Both
Hits: 1957
Waardeer dit blogartikel:

In de voorgaande blogs heeft u kunnen lezen hoe Venster op Nederland door Edu-Sign Studio ontwikkeld wordt. Deze keer houden we u op de hoogte van de onwikkeling van de groepen 5, 7 en 8. U leest ook hoe samenwerking met musea kan leiden tot authentieke leerervaringen.

December 2012 is de inhoudelijke ontwikkeling van groep 7 afgerond. Daarmee is de periode van het onstaan van de Republiek, de Tachtigjarige oorlog tot en met de periode van de Franse tijd een feit. Een dynamische periode waarin zich grote ontwikkelingen voordeden die sterk bepalend zijn geweest voor hoe ons land er nu uitziet. Nu de ontwikkeling klaar is, wordt er hard gewerkt aan de vormgeving en opmaak en het klaarmaken van de proefdrukken. Het materiaal ziet er prachtig mooi uit. De mooie vensterplaten en illustraties, de foto's van authentieke object, het bronmateriaal, de levendige verhalen en de speelse verdiepende werkwijze staan garant voor eigentijds geschiedenisonderwijs.
De leerlingen op een van de testscholen verwoordden hun ervaringen zo:

'Dit is pas echt leuk onderwijs. Het is net of je er zelf bij bent. En wat ook mooi is, je kunt alle verhalen nog eens nalezen. Lekker spannend!'

Met de ontwikkeling van groep 5 en 8 is begonnen. Groep 5 is een overzichtsjaar. De kinderen beginnen in de eigen tijd en eindigen bij de Hunebedbouwers. De rode draad is hoe mensen in de verschillende perioden woonden. Het eerste hoofdstuk dat ontwikkeld en inmiddels getest wordt is 'Leven als een vorst'. In dit hoofdstuk staan paleis Het Loo en de geschiedenis van ons vorstenhuis centraal. Dankzij de geweldige medewerking van de educatieve dienst en afdeling beelddocumentatie beschikken we over bijzonder mooi en authentiek beeldmateriaal. We hopen uiteraard dat op deze manier de geschiedenis van paleis Het Loo voor kinderen tot leven komt en leraren en leerlingen motiveert om er zelf eens te gaan kijken. Zie ook paleis Het Loo.

Het volgende hoofdstuk dat ontwikkeld zal worden gaat over kastelen. Eveneens een prachtig onderwerp voor de leerlingen uit groep 5. Ook nu zijn we op zoek naar historische plaatsen en personen die kinderen duidelijk kunnen maken hoe het leven op een kasteel zich door de tijd ontwikkeld heeft.

Groep 8 begint met de Slag bij Waterloo. Napoleon ontsnapt uit gevangenschap en bezorgt de Europese landen opnieuw veel ongemak. Hoewel heftig, is het een gebeurtenis van korte duur. De leerlingen maken kennis met Koning Willem I, ook wel de koopman-koning genoemd. Ze leren hoe de economische ontwikkeling in ons land zich voltrekt. Groeiende welvaart en bittere armoede zijn ook in deze periode nog volop aan de orde. Ook de teleurstelling rond de Belgische opstand en de onrust in de kerk over de afscheiding staan in het eerste hoofdstuk centraal. Hoewel niet zo bekend, is ook deze periode een enerverende tijd. Het tijdperk van de Republiek ligt achter ons en de opbouw van het Koninkrijk der Nederlanden is begonnen. We heten u en de kinderen welkom in deze nieuwe periode en gaan op weg naar de nieuwste tijd.

 

 

...
©Bert Kalkman
Hits: 2051
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Algemeen

School of Senses

Stel: je hebt ooit lesgegeven, volgt de opleiding 'Master of Architecture' en ben behept met fascinaties voor licht, ruimtelijke ervaring en onderwijsvernieuwing. Als je dan leest: 'Onderwijs moet, waar mogelijk, niet beginnen in methodeboeken, maar met het waarnemen van verschijnselen', weet je ineens waar je op af wilt studeren.

Stel je een gebouw voor waarin de mogelijkheden om te leren, te ervaren, tot inzichten te komen voortdurend worden gestimuleerd. Een gebouw waarin leerlingen betrokken zijn, enthousiast en gemotiveerd. Een gebouw waarin de zintuigen worden aangesproken en waarin licht, materiaal en ruimte een grote rol speelt. Waarin ruimte is voor muziek en theater maar ook voor concentratie en stilte. Een gebouw waarin de natuur aanwezig is, waar water is en de ervaring van seizoenen. Een gebouw waarin de traditionele klaslokalen uit elkaar gewandeld zijn en getransformeerd tot verschillende laboratoria waartussen 'useless space' is, om te verwerken, elkaar te ontmoeten, te exposeren of voor functies die je niet van te voren had kunnen bedenken, maar die nooit kunnen in 'de school' omdat de ruimte beperkt en ook bepaald is.

Building

Stel je een gebouw voor waarin plekken zijn waar de leeromgeving in contact staat het publieke domein, bijvoorbeeld door expositieruimte en gedeeld ruimtegebruik. Een gebouw verankerd in- en interactief met historische stad en de buurt. Waarin ruimte is voor experiment. Kortom, een gebouw waarin de rijkdom van de wereld om ons heen weerklank vindt. Een gebouw van contrasten.

...
©Eef-Jan Boon
Hits: 2135
Waardeer dit blogartikel:

Educatie is de passie van Edu-Sign. Onze kennis over onderwijs dat werkt, hoe leraren meer uit hun onderwijs kunnen halen en  leerlingen met plezier met inhouden aan de slag gaan, zetten we direct om in educatieve producten. Dat doen we samen met vakmensen, leraren, leerlingen en uitgevers. Voor uitgeverij Groen Educatief en Driestar Educatief ontwikkelt Edu-Sign de methode Venster op Nederland

Venster op Nederland, brengt geschiedenis tot leven. Zo is recent de nieuwe methode voor geschiedenis aan leraren uit het primair onderwijs gepresenteerd. In deze bijdrage geven we een kijkje achter de schermen van de ontwikkeling en vertellen we over praktijkervaringen met het testmateriaal.

Geschiedenis moet leven! Het gaat immers over jezelf, je ouders, je opa en oma en de geschiedenis van ons land. Kinderen enthousiasmeren voor geschiedenis betekent hen als het ware in de wereld van toen brengen. De mensen, de gebeurtenissen, gebouwen, boeken, schilderijen etc. moeten tot leven komen. Wanneer je dit wilt, moet je leraren goed educatief materiaal in handen geven waarmee ze dit ook kunnen realiseren.

Met dit in het achterhoofd gaan historici en educatieve ontwikkelaars aan tafel. Heel intensief wordt een periode uit de geschiedenis geanalyseerd op inhoud en voor het onderwijs bruikbare gebeurtenissen. Daarna wordt een educatief raamwerk gemaakt voor een compleet hoofdstuk. Stap voor stap wordt dit educatieve raamwerk uitgewerkt. Omdat wij geschiedenis tot leven willen brengen, start tegelijkertijd met de uitwerking de speurtocht naar authentiek materiaal.
Er worden contacten gelegd met musea, universiteiten, archeologen, historici, archivarissen en fotografen. Veel van deze mensen zijn vaak blij verrast dat ze benaderd worden en hun kennis met ons kunnen delen. Zo komen we regelmatig aan uniek materiaal, dat in geen enkele andere methode voorkomt. Tijdens het ontwerpen houdt de historicus nauwkeurig de betrouwbaarheid in de gaten. Maar er is ook een schrijver aan het werk. Deze schrijft informatieve teksten, vertelschetsen en complete verhalen. Redacteuren begeleiden het hele proces, illustratoren maken prachtige illustraties en vormgevers geven uiteindelijk het hele product de mooie en onderscheidende look die Venster op Nederland nu heeft!

Maar voor het product er is, wordt er eerst getest. Al het materiaal is praktijkproef en wordt minstens in twee groepen getest. Zonder de medewerking van enthousiaste scholen en leraren zou dit niet gaan.

...
©B. Kalkman
Hits: 2469
Waardeer dit blogartikel:
0

Vakinhouden die persoonlijk betekenis krijgen voor leerlingen? Menig leraar heeft de moed al opgegeven. Inderdaad, leerlingen hebben snel door wanneer ze slechts toeschouwers zijn. Dan gebeurt er wat leerlingen zeiden: ‘Dan heb je Engelse woordjes geleerd, en daar sta je dan wanneer je Engels moet spreken. Dan kun je het niet omdat je alleen maar woordjes geleerd hebt.’ Lesgeven is de kunst van het verbinden; leerlingen uitnodigen deel te nemen aan de professionele wereld van de leraar en zijn vak. Dat betekent leerlingen voordoen hoe het vak werkt, laten zien hoe er binnen een vak gedacht wordt. Dat lukt niet in de rol van instructeur, dan geef je informatie. Het lukt alleen vanuit het aloude principe meester – gezel, waar ‘de meester’ laat zien dat vakmanschap nog altijd meesterschap is. Soms gaat dat heel eenvoudig. Een leraar aardrijkskunde die al tien jaar aanloopt tegen de demotivatie van zijn leerlingen bij het leren van de verschillende typen havens in Europa, draait zijn programma helemaal om. In plaats van uit te leggen waar de havens liggen en wat voor type havens het zijn, krijgen de leerlingen een lege kaart van Europa met de vraag de positie voor 8 havens te bepalen. De argumentatie moet gebaseerd zijn op geografische en economische motieven. Twintig minuten lang zijn de leerlingen intensief aan het werk. Er wordt stevig gedebatteerd over de argumenten voor en tegen. Na verloop van tijd inventariseert de leraar op welke plaats de leerlingen hun havens gepositioneerd hebben. Na alle argumenten gewisseld te hebben komt uiteindelijk een actuele kaart met de havens van Europa tevoorschijn. Aan de leerlingen de vraag de eigen havenposities te vergelijken met die op de kaart. Zo was het uur voorbij voor de leerlingen er erg in hadden. 'Tja’, zei er een. ‘Die havens zitten nu wel in m’n hoofd. En die haven van Antwerpen, zou ik vandaag toch ergens anders aanleggen. Misschien iets samen doen met Terneuzen of zo.’ De leraar keek tevreden. Hij had het begrepen: Leren vanuit de echte vragen motiveert leerlingen. En hijzelf? Hij voelde zich veel meer vakman dan voorheen. De aanpak van meer aan minder leren, van dialogiserend onderwijzen had hem te pakken.

Hits: 3252
Waardeer dit blogartikel:

Publicatie op de opiniepagina in het Reformatorisch Dagblad 20120201 Opiniepagina RD over de eenzijdigheid van opbrengstgericht denken riep verschillende reacties op. Allereerst positieve reacties. 'Goed dat dit aan de orde gesteld wordt!. Je legt de vinger precies op de juiste plek. Dit is de kwestie waar het om gaat.' Mooi om te merken dat je mensen kunt helpen bij de gedachtevorming. Daarnaast reacties dat ik doorsla naar één kant en er beter aan zou doen een én én positie in te nemen. Iets wat ik vooralsnog niet doe. De grote groep houdt zich echter stil. Waarom eigenlijk? Zijn we moe van de power waarmee deze hausse over het onderwijs trekt en maken we er ondanks de twijfels toch het beste van? Leraren zijn wat dat betreft trouw. Een eigenschap die te prijzen valt. Desondanks doe ik de oproep: 'leraren laat u horen. Laat uw pedagogisch hart spreken. Laat het hart van de vakman spreken!' Beste collega's bent u zich bewust van wat zich stilzwijgend in het onderwijs voltrekt? Het is de economisering van het pedagogisch domein. En weest u eerlijk. Waar kijkt u de afgelopen twee jaar naar en waar spreekt u over? Dat gaat over de leerresultaten, over Cito-scores, over rode, oranje of groene kleuren in Parnassys of wat voor systeem u ook maar gebruikt. En werkt u in het voortgezet onderwijs, dan is het niet anders. Dan bent u gericht op uw toetsresultaten en is alles uiteindelijk gericht op de examenresultaten. Of ik daar dan tegen ben? Nee, natuurlijk niet. Ik heb niets tegen het maken van afspraken over te behalen resultaten. En dat behoren gewoon goede resultaten te zijn. Waar ik echter wel iets tegen heb, is de eenzijdige en inconsistente benadering van het begrip opbrengsten door OC&W, de onderwijsinspectie en in hun kielzog de adviseurs die er allemaal een graantje van mee proberen te pikken. Ondertussen praten we elkaar maar na en niemand weet meer precies waar het nu echt om gaat. Wat betekent een begrip als opbrengst eigenlijk? En welke pedagogische rijkdom gaat er achter schuil? Maar omdat we het daar niet meer over hebben, maar denken en spreken in termen van opbrengsten als leerresultaten, verarmt ons pedagogisch denken, kijken en handelen. Dat richt zich eenzijdig op de scores en steeds minder op de persoonsvormende kant en het leren als proces van zin- en betekenisverlening. Uiteindelijk is niemand er gelukkig mee. Maar omdat we denken dat het zo moet, houden we iets in stand waar we allemaal van weten dat het te kort doet aan de kern van het vak: opvoeden door onderwijzen. De enigen die er iets tegen kunnen doen zijn de leraren zelf. Doe er daarom iets tegen voor u niet anders meer kunt denken en handelen. En het u vergaat als de man die zei dat volgens hem het gras groen was. Maar toen twintig andere mannen vijf dagen lang, ieder uur, tegen hem zeiden dat het grijs was. Zei hij de zesde dag ook dat het gras grijs was. Toen het mooi weer werd dacht hij met heimwee aan de dagen dat er nog groen gras was om op te liggen en naar de blauwe wolkenlucht te kijken. Maar die tijd was voorbij, het groene gras was verdwenen en op grijs gras ga je niet liggen. Dus keek hij ook niet meer naar de blauwe wolkenlucht en daarmee was het slechts herinnering!

Volgende keer over de klassieke fout van hen die denken dat OGW gewoon didactiek is en niets met pedagogiek te maken heeft.

Hits: 2683
Waardeer dit blogartikel: