Inloggen

De Schrijverstafel

Wie veel ziet kan veel vertellen. Dat geldt ook voor ons werk. Met onze schrijverstafel gaan we echter een stap verder. Wat wij zien en ontwikkelen in de praktijk schrijven we ook op. Maar dat doen we niet zonder er eerst de literatuur op na te slaan. Het doel van onze bijdragen aan de schrijverstafel is enerzijds reflectie en verdieping bieden en anderzijds inspirerende ideeën en praktijkvoorbeelden aanreiken.


Wilt u zelf een bijdrage leveren aan kennisverspreiding via onze schrijverstafel? Neem dan contact op met ons. U kunt vrij uit onze bijdragen citeren zolang u zich houdt aan het auteursrecht en de richtlijnen van de APA. Het is echter niet toegestaan zonder toestemming bijdragen te kopiëren of in scholing en training te gebruiken.

Subscribe to this list via RSS Bekijken artikelen getagged kwaliteit

Posted door op in Algemeen

 'Brede vorming maakt onderwijs mooier en completer.' Met deze stelling van onderwijsadviseur Alex de Bruijn (RD 24-01) zal niemand het oneens zijn. In zijn handreikingen voor een 'mooier en completer onderwijs' geef hij een aantal waardevolle suggesties. Toch komt het mij voor dat hij een essentieel aspect voor 'brede vorming' en 'mooier en completer onderwijs' laat liggen. Of op zijn minst onderbelicht laat. In een bijzin geeft De Bruijn aan dat actieve betrokkenheid voorwaarde is voor het aanleren van vaardigheden. Om die actieve betrokkenheid te realiseren 'moeten ze moeten als het ware de les de les in worden gezogen. Dat kan bijvoorbeeld door betekenisvol thematisch (zaakvak)onderwijs te bieden', zo schrijft hij. Hier lijkt hij impliciet te wijzen op de waarde van de inhoud van het onderwijs. In mijn optiek zou juist de vormende waarde door de inhouden in het onderwijs expliciet voorop moeten staan. Niet in het minst in het christelijk onderwijs.

Vorm verbonden aan inhoud

Over een precieze omschrijving van 'vorming' is veel te zeggen. In ieder geval gaat het bij vorming primair om een proces waarbij de lerende zich leert te verhouden tot zichzelf, anderen, het andere en (in het christelijk onderwijs wel in de eerste plaats) de Ander. Dit proces richt zich op het hebben van inzicht en doorzicht in datgene wat zich in de ons omringende werkelijkheid aan ons voordoet.

In dit proces is er alle ruimte voor het aanleren van cognitieve kennis en vaardigheden en het ontwikkelen van kwaliteiten (de drie dimensies die De Bruijn noemt). Maar deze staan niet op zichtzelf. Bij vormingsaspecten van leren zijn vorm (didactiek) en inhoud 'innig' verbonden (Hoogland, 2005). En juist de relatie tussen vorm en inhoud laat De Bruijn liggen. Het inleiden in betekenissen en inwijden in geheimen (Ter Horst, 2002) maakt onderwijs 'mooi en compleet'.

Spreekwoorden

...
©P.D. Blom
Hits: 1731
Waardeer dit blogartikel:
0

In de slag om de leerling zoeken scholen voor voortgezet onderwijs naar mogelijkheden om zich te onderscheiden. Dat gebeurt niet alleen meer door identiteit of een eigen pedagogisch en onderwijskundig concept. Steeds vaker bieden scholen naast het reguliere onderwijsprogramma een verdiepingsprogramma aan. Business is hiervan een voorbeeld. 

Ruim een jaar is Edu-Sign Management betrokken bij de transitie van een school voor voortgezet onderwijs naar een school met een Highschoolprofiel. De school ligt midden in de grote stad en wordt grotendeels bevolkt door allochtone leerlingen. Leerlingen met ambitie en vastbesloten iets van hun leven te maken. Daar springt de school op in, door naast het reguliere onderwijsprogramma drie studierichtingen aan te bieden: Business, Science en Creative.

Hoe is de transitie aangepakt? Na het uitspreken van de ambitie is Edu-Sign Management aan het werk gegaan. Allereerst is er een Highschoolconcept ontwikkeld. Kort en krachtig zijn de pedagogische, onderwijskundige en organisatorische uitgangspunten beschreven.

Vervolgens is het businessprofiel beschreven. Hier is ervoor gekozen om het begrip entrepeneurship centraal te stellen. Daarmee is het businessprofiel toegankelijk voor alle leerlingen, die creatief en ondernemend zijn. Het businessprofiel beschrijft de attitude, kennis, inzicht en vaardigheden die iedere leerling na vijf jaar (Havo) of zes jaar (VWO) moet bezitten. Het profiel sluit aan op internationale programma's voor entrepeneurship.

Het businessprogramma kent drie fasen:

  • Leerjaar 1: Exploring business
  • Leerjaar 2-3: Business basics
  • Leerjaar 4-6: Young Entrepeneurs

Iedere fase wordt afgesloten met een certificaat. Vanaf leerjaar 3 tot en met 6 sluiten de certificaten aan bij een internationaal erkende kwalificatiestructuur.

Het onderwijsprogramma is beschreven op moduleniveau en ingebed in het businesscurriculum waar de domeinen en doelstellingen beschreven zijn. Deze beschrijving sluit aan op internationale curricula.

Nu, een jaar na de start van het project gaat de implementatie met vallen en opstaan. Dwars door de ontwikkeling heen loopt een fusieproces waarbij drie scholen ineengevlochten moeten worden. Maar nu blijkt de kracht van een helder beschreven concept en een sterk curriculum. De richting is duidelijk. De opzet van het businessprofiel stuurt ook de inrichting van Science en Creative aan.

Business spreekt aan. De eerste leerlingen zijn gestart. Nieuwe ouders en leerlingen zijn nieuwsgierig. 'Hoe werkt zo'n profiel? Kan dat wel naast het gewone programma?' Maar een businessprofiel volgen met straks een internationaal erkende kwalificatie, is ook uitdagend.

Intussen gaat het proces verder. Ook praktische zaken als lessentabellen en de toekenning van uren horen er bij. Nog even en de onderhandelingen met Hogescholen en Universiteiten starten. Want leerlingen die vijf of zes jaar extra business gevolgd hebben, dat zijn interessante klanten voor wie ze best iets willen doen.

Interesse? Edu-Sign Management adviseert en begeleid scholen bij transitieprocessen.

©Bert Kalkman
Hits: 1946
Waardeer dit blogartikel:

Tijdens een recente masterclass 'Onderwijsleerprocessen' verzuchtte een van de deelnemers spontaan: 'Hoe komt het toch dat het onderwijs zo weinig aansluit bij wat onderzoek over leren laat zien? In plaats van te luisteren naar de uitkomsten van onderzoek doen we het tegenovergestelde.' Inderdaad, tot welk gedrag leidt de resultaatgerichte aanpak? Worden om 'snel' resultaat te boeken niet bijna behaviouristische aanpakken gehanteerd; input en output? Alleen al de naamgeving van bijvoorbeeld het Directe Instructiemodel spreekt wat dat betreft boekdelen.

Effect op korte termijn
Nu is er voor scholen die zwakke leerresultaten boeken niets mis mee om gebruik te maken van het Directe Instructiemodel. In bepaalde situaties heeft het zich ook als effectief bewezen. Maar wat weinig mensen zich realiseren is dat deze modellen een eenzijdige visie op leren presenteren. Het zijn modellen die de rol van de leraar erg centraal stellen met als gevolg dat het de inbreng van de leerlingen in het leerproces sterk reduceert.

Instructiegerichte aanpakken als het model voor DI zorgen op korte termijn wel voor resultaat, maar wat de meeste leraren  zich niet realiseren is dat niet alleen de rol van de leerling ingeperkt, maar dat ook het handelingsrepertoire van de leraar ingeperkt wordt.

Van resultaat naar proces
Een resultaatgerichte aanpak is immers niet gericht op het versterken van de leervaardigheden van de leerlingen, het leerproces, maar is gericht op het boeken van resultaten, het product. En met resultaten, boek je in onze door meet- en regelsystemen beheerste onderwijscultuur ook het snelst succes. Scoor je voldoende, dan ben je immers buiten beeld van de inspectie en de pers. Maar juist wanneer de basis voldoende is, is het tijd de aandacht voor het resultaat te verleggen naar de kwaliteit van het leerproces. In die zin is het terecht dat de onderwijsinspectie hier in het onderwijsverslag 2011/2012 de vinger bij legt.

Resultaten en zinvol leren
De laatste jaren zijn veel onderzoeken verschenen die ons leren wat beter en minder goed werkt in het onderwijs. Publicaties van Marzano (2008, 2011), Hattie (2009, 2012), Van der Grift (2010) en Van Tartwijk (2011) tonen aan dat leraren die zich richten op het leerproces veel grotere effecten realiseren dan leraren die voor leraargecentreerde aanpakken kiezen.

...
©Bert Kalkman
Hits: 2423
Waardeer dit blogartikel:

Napoleon
Juni 1815 Terwijl de Franse legers van Napoleon oprukken, haasten de Britten, Nederlanders en Pruisen zich naar hun stellingen. Weer lijkt Napoleon hen te slim af te zijn. Op zondag 18 juni 1815 ontbrandt de hevige strijd. ’s Avonds om 21:00 uur is de strijd voorbij: Napoleon is definitief verslagen. Europa haalt opgelucht adem. April 2013

Leerdagboek
Leerlingen van groep 8 zitten gebogen over Waterloos strijdtoneel. De overzichtskaart in hun leerdagboek ligt opengeslagen. Op basis van een dagboek over de strijd worden legers in stelling gebracht, aanvallen uitgevoerd, verliezen geleden en overwinningen behaald. Dan is ook op papier de strijd voorbij. Hoewel… Oorlogsgeluiden klinken door het lokaal als de meester het muziekstuk van Benedict Silbermann laat horen.

Verdieping
En ook na schooltijd is de Slag nog niet voorbij. Enthousiast werken een aantal leerlingen aan een verdiepingstaak waarbij een eigen lied over Waterloo gecomponeerd moet worden. In 2013 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van het deel voor groep 8 van Venster op Nederland.

Testfase H8.1 Nederland op stoom
In april was hoofdstuk 1 ‘Nederland op stoom’ gereed om in de praktijk te worden uitgeprobeerd. Dit eerste hoofdstuk voor groep 8 gaat over verschillende facetten van de 19e eeuw. Naast staatkundige ontwikkelingen (in 1815 krijgt Nederland de eerste koning: Willem I) is er volop aandacht voor de industrialisering, de kinderarbeid, de opkomst van de emancipatiebewegingen en de Schoolstrijd.

Praktijkervaring
Hoe de leerlingen het werken met Venster op Nederland in het algemeen, en in het bijzonder het werken over ‘Nederland op stoom’ ervaren hebben? Daarover hoeft de leraar die de conceptmaterialen heeft uitgeprobeerd, niet lang over na te denken. ‘Het spreekt ze geweldig aan’, vertelt hij. ‘Dit onderwijs is echt anders, dat vertelden leerlingen me toen ik er in de klas naar vroeg. Wat is er dan anders? zo wilde ik van hen weten. Je bent er helemaal mee bezig, zo vertelde een meisje. Een jongen merkte op dat hij de dingen goed leerde begrijpen. Ook de afwisseling van activiteiten spreekt ze erg aan.’ De leraar is niet zuinig met zijn complimenten. ‘De handleiding is goed doordacht en biedt een prima handvat om de lessen voor te bereiden en te geven. Ik vind het waardevol dat er tips worden gegeven om onderwerpen verder uit te werken. Mooi dat er gelegenheid is voor vakkenintegratie. Zo heb ik de verwerking van de opening van de eerste spoorrails op 18 september 1839 bij de tekenles laten uitvoeren.’ De leraar van groep 8 heeft nog maar één hoofdstuk gezien – en dat in een testversie. Maar hij weet het zeker: ‘Ook het deel voor groep 8 beloofd iets moois te worden!’

U wilt weten wat u met Venster op Nederland kunt? Laat u door ons informeren.

 

©Pieter Dirk Blom
Hits: 2335
Waardeer dit blogartikel:
0

Both, K. (2012). Zorgen voor biodiversiteit. In: Mensenkinderen 132 (pp.31-33).

Wel eens over de Grote bladsnijder gehoord? En er een gezien? Of de Witbaardzandbij? Een school kan de onderwijsmaterialen van 'Het jaar van de bij' bestellen om dat te weten te komen. Er gaat dan een wereld open, voor kinderen en hun groepsleiders, namelijk de wereld van bijen. Bovendien kan je deze dieren een handje helpen. Een ideaal thema voor wereldoriëntatie dus. En als het dit schooljaar niet meer in te passen is: bestel dan vooral de materialen. Dan maak je van 2013 je eigen 'Jaar van de bij'. Kees Both, pedagoog, Jenaplandeskundige en intensief betrokken bij natuuronderwijs laat in zijn bijdrage zien hoe leraren aandacht kunnen geven aan 'biodiversiteit', met de bijen als voorbeeld.


Download Zorgen voor biodiversiteit

©K. Both
Hits: 1914
Waardeer dit blogartikel:

Leerdagboeken vergroten betrokkenheid op het leerproces (1)

Het werken in leerdagboeken vergroot de collectieve en individuele betrokkenheid van leerlingen bij het leerproces. Dat is één van de uitkomsten van een onderzoek naar de waardering van leraren en leerlingen voor het leerdagboek als educatieve tool binnen exemplarische leeromgevingen. Het onderzoek naar de waardering van leerdagboeken is uitgevoerd door Pieter Dirk Blom in het kader van zijn masterthesis onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht. Lees in dit artikel een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek.

Vastleggen van het geleerde

Leerdagboeken worden in exemplarische leeromgevingen gebruikt als persoonlijk verzameldocument voor leerlingen om tijdens het leerproces een variatie aan zaken vast te leggen. Hierbij valt te denken aan het ordenen van gedachten, het
opschrijven van meningen, het maken van samenvattingen, het beantwoorden van kijkvragen, het schrijven van gedichten en verhalen en het maken van ontwerptekeningen en creatieve tekeningen.

Het vastleggen van het geleerde is voor het leerproces van groot belang. Simons (1999) noemt de aandacht voor het vastleggen van het geleerde zelfs een kwaliteitscriteria van een krachtige leeromgeving. In de literatuur wordt de persoonlijke en actieve verwerking van de leerstof breed onderkent (Lodewijks, 1993; Simons, 1999; Van der Maas, 2010).

Waardering voor het leerdagboek

Om welke redenen waarderen leraren het leerdagboek voor het leerproces van leerlingen? Deze vraag stond centraal tijdens de kwalitatieve interviews met vier leraren van een middelgrote expertschool voor exemplarisch onderwijs. Deze leraren bestrijken de groepen 3 tot en met 8 van het primair onderwijs.

...
©P.D. Blom
Hits: 2875
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Algemeen

School of Senses

Stel: je hebt ooit lesgegeven, volgt de opleiding 'Master of Architecture' en ben behept met fascinaties voor licht, ruimtelijke ervaring en onderwijsvernieuwing. Als je dan leest: 'Onderwijs moet, waar mogelijk, niet beginnen in methodeboeken, maar met het waarnemen van verschijnselen', weet je ineens waar je op af wilt studeren.

Stel je een gebouw voor waarin de mogelijkheden om te leren, te ervaren, tot inzichten te komen voortdurend worden gestimuleerd. Een gebouw waarin leerlingen betrokken zijn, enthousiast en gemotiveerd. Een gebouw waarin de zintuigen worden aangesproken en waarin licht, materiaal en ruimte een grote rol speelt. Waarin ruimte is voor muziek en theater maar ook voor concentratie en stilte. Een gebouw waarin de natuur aanwezig is, waar water is en de ervaring van seizoenen. Een gebouw waarin de traditionele klaslokalen uit elkaar gewandeld zijn en getransformeerd tot verschillende laboratoria waartussen 'useless space' is, om te verwerken, elkaar te ontmoeten, te exposeren of voor functies die je niet van te voren had kunnen bedenken, maar die nooit kunnen in 'de school' omdat de ruimte beperkt en ook bepaald is.

Building

Stel je een gebouw voor waarin plekken zijn waar de leeromgeving in contact staat het publieke domein, bijvoorbeeld door expositieruimte en gedeeld ruimtegebruik. Een gebouw verankerd in- en interactief met historische stad en de buurt. Waarin ruimte is voor experiment. Kortom, een gebouw waarin de rijkdom van de wereld om ons heen weerklank vindt. Een gebouw van contrasten.

...
©Eef-Jan Boon
Hits: 2102
Waardeer dit blogartikel:

Educatie is de passie van Edu-Sign. Onze kennis over onderwijs dat werkt, hoe leraren meer uit hun onderwijs kunnen halen en  leerlingen met plezier met inhouden aan de slag gaan, zetten we direct om in educatieve producten. Dat doen we samen met vakmensen, leraren, leerlingen en uitgevers. Voor uitgeverij Groen Educatief en Driestar Educatief ontwikkelt Edu-Sign de methode Venster op Nederland

Venster op Nederland, brengt geschiedenis tot leven. Zo is recent de nieuwe methode voor geschiedenis aan leraren uit het primair onderwijs gepresenteerd. In deze bijdrage geven we een kijkje achter de schermen van de ontwikkeling en vertellen we over praktijkervaringen met het testmateriaal.

Geschiedenis moet leven! Het gaat immers over jezelf, je ouders, je opa en oma en de geschiedenis van ons land. Kinderen enthousiasmeren voor geschiedenis betekent hen als het ware in de wereld van toen brengen. De mensen, de gebeurtenissen, gebouwen, boeken, schilderijen etc. moeten tot leven komen. Wanneer je dit wilt, moet je leraren goed educatief materiaal in handen geven waarmee ze dit ook kunnen realiseren.

Met dit in het achterhoofd gaan historici en educatieve ontwikkelaars aan tafel. Heel intensief wordt een periode uit de geschiedenis geanalyseerd op inhoud en voor het onderwijs bruikbare gebeurtenissen. Daarna wordt een educatief raamwerk gemaakt voor een compleet hoofdstuk. Stap voor stap wordt dit educatieve raamwerk uitgewerkt. Omdat wij geschiedenis tot leven willen brengen, start tegelijkertijd met de uitwerking de speurtocht naar authentiek materiaal.
Er worden contacten gelegd met musea, universiteiten, archeologen, historici, archivarissen en fotografen. Veel van deze mensen zijn vaak blij verrast dat ze benaderd worden en hun kennis met ons kunnen delen. Zo komen we regelmatig aan uniek materiaal, dat in geen enkele andere methode voorkomt. Tijdens het ontwerpen houdt de historicus nauwkeurig de betrouwbaarheid in de gaten. Maar er is ook een schrijver aan het werk. Deze schrijft informatieve teksten, vertelschetsen en complete verhalen. Redacteuren begeleiden het hele proces, illustratoren maken prachtige illustraties en vormgevers geven uiteindelijk het hele product de mooie en onderscheidende look die Venster op Nederland nu heeft!

Maar voor het product er is, wordt er eerst getest. Al het materiaal is praktijkproef en wordt minstens in twee groepen getest. Zonder de medewerking van enthousiaste scholen en leraren zou dit niet gaan.

...
©B. Kalkman
Hits: 2400
Waardeer dit blogartikel:
0

'Leerlingen kunnen niet meer leren, tegenwoordig vergeten ze alles behalve hun mobiel.' Zo spreken sommige leraren over hun leerlingen. Begrijpelijk? Wanneer we op ons in laten werken wat een inspanning het kan kosten om met bepaalde klassen, of leerlingen goed te schakelen, is het te begrijpen dat leraren zich soms aan deze uitspraak wagen. Maar spreken over wat leerlingen niet kunnen heeft ook geen effect. En dwang en drang toepassen om ze aan het 'leren' te krijgen werkt ook niet. Dat kost alleen maar ineffectieve energie. Wat te doen? Een paar praktische tips die praktijkproof zijn.

- Begin met de vraag stellen wat je zelf zou doen wanneer je als leerling je eigen les bij zou wonen?

- Stel bij iedere les de vraag naar de zin en betekenis voor leerlingen en hoe je hen dit kunt laten merken.

- Sommige inhouden zijn gewoon saai en functioneel. Zeg leerlingen dat dit er ook bij hoort en ga daarna positief aan het werk.

- Bedenk dat hoe je naar leerlingen kijkt alles bepalend is. Zie je ze als lastposten of als mensen in ontwikkeling?

...
©Bert Kalkman
Hits: 2317
Waardeer dit blogartikel:
0

Posted door op in Organisatieontwikkeling

Zeven jaar geleden was een van onze partners in de provincie Utrecht op zoek naar een ander concept over leren. Er moest meer betrokkenheid bij de leerlingen komen en de leraren wilden inhoudelijk meer diepgang in hun onderwijs aanbrengen. In samenwerking met ons, is geleidelijk aan begonnen de praktijk van het onderwijs te veranderen. Inmiddels is het traditionele onderwijsprogramma, bestaande uit losse lessen, grotendeels getransformeerd naar een programma dat bestaat uit grote betekenisvolle gehelen. Zo is er meer rust en overzicht in het onderwijsprogramma gekomen. Ook het gedrag van de leraren ten opzicht van de leerlingen is veranderd. In plaats van de goede antwoorden te geven stellen leraren nu de goede vragen. Een grote verandering voor leraren en leerlingen. Zelfstandig leren denken noemen we dat. Het beroep op het lerend vermogen van de leerlingen werkt stimulerend op het klimaat binnen de school en heeft effect op de omgeving. Mooi is, dat een aantal kinderen die op andere scholen als 'thuiszitters' beschouwd werden op deze school een warm onthaal krijgen. En... ze gaan weer leren.
Dat doen de leraren ook. De leer- en werkcultuur die ze van leerlingen verwachten willen ze zelf ook in praktijk brengen. Daarom zijn we een traject gestart waarin het team zich wil ontwikkelen tot een professionele pedagogische leergemeenschap. Teach what you preach noemen we dat.

Hits: 2263
Waardeer dit blogartikel: