Inloggen

De Schrijverstafel

Wie veel ziet kan veel vertellen. Dat geldt ook voor ons werk. Met onze schrijverstafel gaan we echter een stap verder. Wat wij zien en ontwikkelen in de praktijk schrijven we ook op. Maar dat doen we niet zonder er eerst de literatuur op na te slaan. Het doel van onze bijdragen aan de schrijverstafel is enerzijds reflectie en verdieping bieden en anderzijds inspirerende ideeën en praktijkvoorbeelden aanreiken.


Wilt u zelf een bijdrage leveren aan kennisverspreiding via onze schrijverstafel? Neem dan contact op met ons. U kunt vrij uit onze bijdragen citeren zolang u zich houdt aan het auteursrecht en de richtlijnen van de APA. Het is echter niet toegestaan zonder toestemming bijdragen te kopiëren of in scholing en training te gebruiken.

Subscribe to this list via RSS Bekijken artikelen getagged dialoog

Begin 2014 ontstond in de publieke opinie een discussie over het christelijk onderwijs. Het hoofdredactionele commentaar in het Reformatorisch Dagblad van 31 januari 2014 was de aanleiding voor Bert Kalkman om te reageren. Het commentaar met de titel 'Goud in handen' stelt kritische vragen bij de manier waarop de identiteit in de praktijk doorwerkt. Scholen, zo wordt gesteld, hebben meer aandacht voor resultaten dan voor de vertaling van de identiteit in de lessen. Leerlingen ervaren de school, behalve de officiële momenten, niet als echt verschillend van andere scholen. Het heilig vuur lijkt langzaam te doven en christelijke scholen in het buitenland slagen er beter in hun identiteit voor leerlingen zichtbaar te maken.
Een stevig commentaar met, als de constateringen waar zijn, een sombere boodschap. In hetzelfde commentaar wordt echter gesteld dat wie kennis heeft van de christelijke traditie goud in handen heeft. Met andere woorden, bij voldoende kennis van de traditie komt het met het christelijk onderwijs wel goed. Maar zo eenvoudig is dat natuurlijk niet.

Wat mij raakte in het commentaar was dat de kritiek bijna aantoonbaar opgetekend leek uit de mond van prominente leidinggevenden en opiniemakers in het christelijk onderwijs. Daarmee lijkt de verantwoordelijkheid van het probleem verschoven te worden van de leidinggevenden en opiniemakers naar de leraren. Dat is echter de omgekeerde weg. Leraren moeten zich juist gesteund en geholpen weten om christelijk onderwijs in de praktijk vorm te geven.

Na mijn reactie op het krantencommentaar volgden een drietal reacties van de collega's Richard Toes (directeur van de Guido de Brés in Rotterdam), Frans van Hartingsveld (College voorzitter van de Jacobus Fruytier in Apeldoorn) en Henk Vermeulen (Driestar Educatief in Gouda). Interessant aan deze reacties is dat ze:

- Allemaal uit het voortgezet en hoger onderwijs komen;
- Alle drie de collega's historicus of classicus zijn.

Zonder hier nu diepgravend op in te gaan, houdt de vraag me bezig waar de pedagogen en schoolmeesters in dit debat zijn? Het kan toch, met alle respect voor de gewaardeerde collega's, niet waar zijn dat het pedagogisch gesprek over de toekomst van het christelijk onderwijs gevoerd wordt door niet-schoolpedagogen?

Daarom heeft het debat in de krant heeft me eens te meer overtuigd van de noodzaak van mijn stelling: 'Het is tijd voor een revival van het christelijk onderwijs!'

Deze bijdrage is een samenvatting van de twee opinieartikelen die ik schreef naar aanleiding van de discussie over christelijk onderwijs (RD, 21-02-2014 en RD, 05-03-2014). Ik hoop van harte dat het bijdraagt om het gesprek over de toekomst van het christelijk onderwijs naar een hoger plan te brengen en dat leraren geïnspireerd worden om onderwijs met een 'plus' te geven. Download het hele artikel.

Hits: 1960
Waardeer dit blogartikel: