Inloggen

De Schrijverstafel

Wie veel ziet kan veel vertellen. Dat geldt ook voor ons werk. Met onze schrijverstafel gaan we echter een stap verder. Wat wij zien en ontwikkelen in de praktijk schrijven we ook op. Maar dat doen we niet zonder er eerst de literatuur op na te slaan. Het doel van onze bijdragen aan de schrijverstafel is enerzijds reflectie en verdieping bieden en anderzijds inspirerende ideeën en praktijkvoorbeelden aanreiken.


Wilt u zelf een bijdrage leveren aan kennisverspreiding via onze schrijverstafel? Neem dan contact op met ons. U kunt vrij uit onze bijdragen citeren zolang u zich houdt aan het auteursrecht en de richtlijnen van de APA. Het is echter niet toegestaan zonder toestemming bijdragen te kopiëren of in scholing en training te gebruiken.

Laatste artikelen

Leraren hebben goed gereedschap nodig

Dit schrijven Bert Kalkman en Pieter Dirk Blom in het RD van 1 februari 2016 als reactie op een samenvatting in het RD van woensdag 27-01 van een lezing gehouden door prof. dr. W. van Vlastuin op de lectoraatsdag christelijk leraarschap van Driestar Educatief.

Kernachtig formuleert Van Vlastuin het grote perspectief van het christelijke onderwijs, als hij stelt dat de christelijke identiteit niet beperkt blijft tot dagopeningen of schoolmoraal, maar het gehele onderwijs moet doortrekken. Dat komt omdat vanuit het christelijk geloof met een ánder hart en met ándere ogen naar de werkelijkheid wordt gekeken. Het christelijk onderwijs mag én moet inderdaad kinderen en jongeren binnenleiden in Gods werkelijkheid. Midden in een gebroken wereld is Hij de Aanwezige en gaat het ook heen naar Zijn toekomst.

Meer dan het hart
Het is mooi dat Van Vlastuin een aantal voorbeelden aanreikt waarin Gods werkelijkheid zichtbaar wordt, zoals de orde in de muziek en de wiskunde, zeestromingen en architectuur. Ze zijn herkenbaar en er zijn zeker leraren die hiermee in de klas aan de slag willen. Maar hoe doe je dat? Deze vraag is wat ons betreft net zo belangrijk bij de bezinning op christelijk leraarschap, als de aandacht voor het hart van de leraar. Want inspirerende en bezinnende bijeenkomsten zijn mooi, maar wat kan de leraar ermee wanneer hij morgen weer aan het werk moet? Daarom gaat het evenzeer om bezinning op vragen als hoe leerlingen dieper kunnen leren en welke bijdrage leermiddelen daaraan kunnen leveren. Zonder aandacht voor deze zaken is het ideaal van christelijk leraarschap niet te realiseren.

Leren met diepgang
Gelukkig werken er op de christelijke scholen bevlogen leraren die werk maken van onderwijs dat leerlingen inleidt in Gods werkelijkheid. Ze hebben de bekwaamheid om hun onderwijs zo te geven dat er mooie lessen en gouden momenten ontstaan, waarbij er soms sprake is van een venster op de hemel. Een zwak punt is echter dat deze momenten vaak incidenteel en bijna altijd afhankelijk zijn van de individuele leraar.

...
©Bert Kalkman en Pieter Dirk Blom
Hits: 562
Waardeer dit blogartikel:
0

Posted door op in Pedagogisch denken en doen

Kalkman, B. (2015). Ondernemende pedagogen gezocht. In Hans de Deckere e.a. (red.) (2014). De pedagoog in de spotlights, pp. 185-195. Opvoedingsidealen vanuit verschillende contexten. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
http://www.swpbook.com/1735

Samenvatting
Deze bijdrage gaat over de pedagoog als ondernemer. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de pedagoog als ondernemer en de ondernemende pedagoog. Met een kritische blik wordt gekeken naar de plaats die pedagogen innemen binnen het onderwijs en hun invloed op de onderwijspraktijk. Daarbij heeft deze bijdrage vooral de schoolpedagoog in het vizier.
Omdat bij historische pedagogen het nodige ondernemerschap aanwezig was, kijken we ter inspiratie in de spiegel van twee Duitse pedagogen. De in Nederland relatief onbekende Paul Geheeb (1870-1961) als pedagoog en ondernemer en Martin Wagenschein (1896-1988) als ondernemende pedagoog.

Laat u inspireren, koop het boek of lees mijn bijdrage in PDF.

Download Ondernemende pedagogen gezocht

Hits: 1200
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Onderwijsontwikkeling

Donderdag 28 november was een bijzondere dag. Na maanden ontwikkelen en testen is het lespakket Corrie4Kids over het leven van de Nederlandse verzetsvrouw Corrie ten Boom gepresenteerd. Het lespakket bestaat uit een prachtig magazine 'Corrie!', een lerarenhandleiding, een leerdagboek, een DVD en een digitale viewer met afbeelding en videoclips.

De leerlingen uit groep 8 van de Ten Boomschool in Maarssen hadden de primeur. Hun school is immers genoemd naar de familie ten Boom. Een christelijke familie die vanuit hun geloof honderden Joden en verzetsmensen geholpen hebben. Het heeft vader ten Boom, dochter Betsy, neef Kik en uiteindelijk ook zoon Willem het leven gekost. Corrie die op wonderlijke wijze concentratiekamp Ravenbrück overleeft, reist na de oorlog onvermoeibaar over de wereld om de boodschap van liefde en vergeving door Jezus door te geven. Velen worden door haar toespraken en boeken geraakt en bemoedigd.

Het lespakket is bijzonder geschikt voor groep 8 van de basisschool om het thema vergeving aan de orde te stellen of als aanvulling of vervanging van het geschiedenishoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast kan het lespakket ook prima gebruikt worden in de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

In januari 2015 wordt het complete lespakket toegestuurd aan 2000 scholen in Nederland. Het doel is dat de scholen vervolgens de materialen voor de kinderen kopen en er mee aan het werk gaan.

Inmiddels worden voorbereidingen getroffen om het lespakket in het Engels te vertalen om het internationaal te verspreiden.

...
Hits: 1415
Waardeer dit blogartikel:

Begin 2014 ontstond in de publieke opinie een discussie over het christelijk onderwijs. Het hoofdredactionele commentaar in het Reformatorisch Dagblad van 31 januari 2014 was de aanleiding voor Bert Kalkman om te reageren. Het commentaar met de titel 'Goud in handen' stelt kritische vragen bij de manier waarop de identiteit in de praktijk doorwerkt. Scholen, zo wordt gesteld, hebben meer aandacht voor resultaten dan voor de vertaling van de identiteit in de lessen. Leerlingen ervaren de school, behalve de officiële momenten, niet als echt verschillend van andere scholen. Het heilig vuur lijkt langzaam te doven en christelijke scholen in het buitenland slagen er beter in hun identiteit voor leerlingen zichtbaar te maken.
Een stevig commentaar met, als de constateringen waar zijn, een sombere boodschap. In hetzelfde commentaar wordt echter gesteld dat wie kennis heeft van de christelijke traditie goud in handen heeft. Met andere woorden, bij voldoende kennis van de traditie komt het met het christelijk onderwijs wel goed. Maar zo eenvoudig is dat natuurlijk niet.

Wat mij raakte in het commentaar was dat de kritiek bijna aantoonbaar opgetekend leek uit de mond van prominente leidinggevenden en opiniemakers in het christelijk onderwijs. Daarmee lijkt de verantwoordelijkheid van het probleem verschoven te worden van de leidinggevenden en opiniemakers naar de leraren. Dat is echter de omgekeerde weg. Leraren moeten zich juist gesteund en geholpen weten om christelijk onderwijs in de praktijk vorm te geven.

Na mijn reactie op het krantencommentaar volgden een drietal reacties van de collega's Richard Toes (directeur van de Guido de Brés in Rotterdam), Frans van Hartingsveld (College voorzitter van de Jacobus Fruytier in Apeldoorn) en Henk Vermeulen (Driestar Educatief in Gouda). Interessant aan deze reacties is dat ze:

- Allemaal uit het voortgezet en hoger onderwijs komen;
- Alle drie de collega's historicus of classicus zijn.

Zonder hier nu diepgravend op in te gaan, houdt de vraag me bezig waar de pedagogen en schoolmeesters in dit debat zijn? Het kan toch, met alle respect voor de gewaardeerde collega's, niet waar zijn dat het pedagogisch gesprek over de toekomst van het christelijk onderwijs gevoerd wordt door niet-schoolpedagogen?

Daarom heeft het debat in de krant heeft me eens te meer overtuigd van de noodzaak van mijn stelling: 'Het is tijd voor een revival van het christelijk onderwijs!'

Deze bijdrage is een samenvatting van de twee opinieartikelen die ik schreef naar aanleiding van de discussie over christelijk onderwijs (RD, 21-02-2014 en RD, 05-03-2014). Ik hoop van harte dat het bijdraagt om het gesprek over de toekomst van het christelijk onderwijs naar een hoger plan te brengen en dat leraren geïnspireerd worden om onderwijs met een 'plus' te geven. Download het hele artikel.

Hits: 1213
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Onderwijsontwikkeling

Recent is Edu-Sign partner geworden van het project News2Learn. Een digitale methode voor begrijpend lezen en mediaopvoeding.

De basisversie van News2Learn is ontwikkeld door Erdee Media Groep (EMG) in samenwerking met scholen van de Zeeuwse federatie Colon en de stichting Mediawijzer.

Om het News2Learn geschikt te maken voor de onderwijsmarkt is verdere doorontwikkeling nodig. Zoals u van Edu-Sign kunt verwachten gaan we dat samen doen met de scholen. Alleen zo ontstaan er onderwijsprogramma's die de praktijk daadwerkelijk verder helpen.

De methode is bedoeld voor groep 5 tot en met 8 van de basisschool. De volledig digitale methode bestaat uit een website met wekelijks wisselende actuele teksten, beeldmateriaal en geluidsfragmenten. Daarnaast zijn lessen beschikbaar over het omgaan met media.

Het project wordt mogelijk gemaakt dankzij de stichting News2Learn.De stichting en Edu-Sign streven naar een complete methode die in de loop van volgend cursusjaar kan worden aangeschaft.

...
Hits: 2112
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Onderwijsontwikkeling

Nieuw: Corrie for Kids

Corrie ten Boom. Wie kent haar niet? Haar naam is nauw verbonden met het wereldberoemde (en verfilmde) boek 'De Schuilplaats'. Een christenvrouw die in haar leven steun en kracht ervoer door haar geloof in God. Niet in het minst in concentratiekamp Ravensbrück.
Na de oorlog vertelt Corrie in 63 landen over haar ervaringen en vooral over haar God.

In opdracht van het Corrie ten Boomhuis in Haarlem ontwikkelt Edu-Sign Studio een lespakket voor kinderen van 11-12 jaar: 'Corrie for Kids'. Met de fullcolour kinderglossy 'Corrie!' in de hand, videoclips op het bord en een leerdagboek op tafel verdiepen leerlingen zich zes uur in het leven van Corrie ten Boom. Naast haar ervaringen in de Tweede Wereldoorlog komen ook haar kindertijd én haar wereldreizen van na de oorlog aan de orde.
'Corrie for Kids' is uniek. Niet in het minst door verhalen van Els Florijn (winnaar EigenWijsPrijs 2014), illustraties van Jack Staller, audioclips met de stem van Elly Zuiderveld en de gloednieuwe animatiefilm 'Het verhaal van Corrie ten Boom voor kinderen'.

De eerste reacties zijn veelbelovend. Zo vertelt de leerkracht die het lespakket met zijn klas heeft uitgeprobeerd:
'Je kruipt echt in de huid van Corrie. Haar boodschap van vergeving is heel sterk. De leerlingen zijn diep onder de indruk van de verhalen. Dit is een absolute aanrader voor elke groep 8. Het sluit naadloos aan bij het geschiedenishoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog. Ik ben benieuwd naar het eindproduct!'

September 2014 zal 'Corrie for Kids' worden gepresenteerd. Ook zal een presentiepakket naar 2000 scholen worden verzonden.
Geïnteresseerd in 'Corrie for Kids'? Houd onze website in de gaten. Ook in onze nieuwsbrief zullen we u over het lespakket informeren.

Hits: 1374
Waardeer dit blogartikel:
0

Posted door op in Algemeen

 'Brede vorming maakt onderwijs mooier en completer.' Met deze stelling van onderwijsadviseur Alex de Bruijn (RD 24-01) zal niemand het oneens zijn. In zijn handreikingen voor een 'mooier en completer onderwijs' geef hij een aantal waardevolle suggesties. Toch komt het mij voor dat hij een essentieel aspect voor 'brede vorming' en 'mooier en completer onderwijs' laat liggen. Of op zijn minst onderbelicht laat. In een bijzin geeft De Bruijn aan dat actieve betrokkenheid voorwaarde is voor het aanleren van vaardigheden. Om die actieve betrokkenheid te realiseren 'moeten ze moeten als het ware de les de les in worden gezogen. Dat kan bijvoorbeeld door betekenisvol thematisch (zaakvak)onderwijs te bieden', zo schrijft hij. Hier lijkt hij impliciet te wijzen op de waarde van de inhoud van het onderwijs. In mijn optiek zou juist de vormende waarde door de inhouden in het onderwijs expliciet voorop moeten staan. Niet in het minst in het christelijk onderwijs.

Vorm verbonden aan inhoud

Over een precieze omschrijving van 'vorming' is veel te zeggen. In ieder geval gaat het bij vorming primair om een proces waarbij de lerende zich leert te verhouden tot zichzelf, anderen, het andere en (in het christelijk onderwijs wel in de eerste plaats) de Ander. Dit proces richt zich op het hebben van inzicht en doorzicht in datgene wat zich in de ons omringende werkelijkheid aan ons voordoet.

In dit proces is er alle ruimte voor het aanleren van cognitieve kennis en vaardigheden en het ontwikkelen van kwaliteiten (de drie dimensies die De Bruijn noemt). Maar deze staan niet op zichtzelf. Bij vormingsaspecten van leren zijn vorm (didactiek) en inhoud 'innig' verbonden (Hoogland, 2005). En juist de relatie tussen vorm en inhoud laat De Bruijn liggen. Het inleiden in betekenissen en inwijden in geheimen (Ter Horst, 2002) maakt onderwijs 'mooi en compleet'.

Spreekwoorden

...
©P.D. Blom
Hits: 1081
Waardeer dit blogartikel:
0

Bijna geschiedenis

Het hoofdstuk over het wonen in een ijzertijdboerderij en het hoofdstuk over het moderne Nederland liggen gebroederlijk naast elkaar op de tekentafel van Edu-Sign Studio. Op het eerste gezicht zijn het twee uitersten. De ijzertijdboerderij representeert het wonen en leven van de eerste bewoners van ons land. De moderne tijd is de tijd van nu; de tijd waar leerkrachten en leerlingen zelf deel van uitmaken. Twee uitersten met een duidelijke overeenkomst: beide hoofdstukken vormen de afsluiting van de ontwikkeling van een jaargroep, namelijk jaargroep 5 en jaargroep 8. Zo is de ontwikkeling van Venster op Nederland bijna letterlijk geschiedenis!
Is de ontwikkeling eenmaal geschiedenis geworden, in het heden en de toekomst kunnen leerkrachten en leerlingen van groep 5 tot en met 8 uren het hele schooljaar door genieten van diepgaand geschiedenisonderwijs.

Nederland in oorlogstijd
Recent is voor groep 8 een hoofdstuk over 'Nederland in oorlogstijd' opgeleverd. De ontwikkeling van het hoofdstuk was een uitdaging. Hoe realiseren we in 8 uur onderwijstijd dat onder meer de belangrijkste ontwikkelingen in de oorlog aan de orde komen, authentieke bronnen een plaats krijgen, de leerlingen een reëel beeld krijgen van de houding van de Nederlanders tegenover de Duitse bezetter, ze zich realiseren dat zij zelf aan vrede en vrijheid moeten blijven werken en ze persoonlijk betrokken raken bij de rauwe werkelijkheid van vijf donkere oorlogsjaren?
Wat is het dan mooi en bemoedigend om te horen hoe leerlingen van groep 8 dit hoofdstuk in de testfase hebben ervaren. 'Dat iedereen in het verzet zat klopt dus niet?' merkte een jongen op. Andere leerlingen raakten niet uitgepraat over de situatie dat zij thuis te maken zouden krijgen met inkwartiering van Duitse soldaten. Het leek hen eng én spannend. Veel leerlingen realiseerden zich voor het eerst dat de Duitse soldaten ook gewone mannen waren. Aan dat besef heeft het personage van de Duitse soldaat Karl Lotz zeker bijgedragen.

Heel indrukwekkend waren de fragmenten uit het dagboek van Anne Frank, zo vertelde de leerkracht. En niet te vergeten de foto's en teksten over de holocaust. Ook de afscheidsbrief die de terdoodveroordeelde Hans-Bernd von Haeften vanuit de dodencel aan zijn vrouw schreef, maakte diepe indruk. 'Mijn laatste gedachte, liefste vrouw, zal zijn dat ik jullie, mijn geliefden, de genade van de Heiland en mijn geest in Zijn handen beveel.' Deze inhoud zullen de leerlingen niet snel vergeten.

NIOD 76486 klein

Leuk en leerzaam
Niet alleen voor leerlingen op de basisschool is Venster op Nederland aantrekkelijk. Onlangs bladerde een oudere vrouw de boeken van Venster op Nederland door. Haar commentaar? 'Zo, ik heb mijn kennis weer fiks opgefrist' én: 'Als wij vroeger met deze boeken hadden gewerkt, had ik geschiedenis veel leuker gevonden. Dat weet ik wel zeker!' Een goede aansporing om nog vandaag met Venster op Nederland te beginnen!

Een tweede aansporing staat centraal in het slothoofdstuk van groep 8: 'Leer van het verleden, leef in het heden, en bereid je voor op de toekomst!'

©Pieter Dirk Blom
Hits: 1448
Waardeer dit blogartikel:

2014 Is een belangrijk jaar voor passend onderwijs. De ondersteuningsplannen moeten klaar en ingediend worden bij de inspectie. De kwaliteit van het onderwijs wordt echter niet bepaald door mooie plannen. Het is de leraar die het verschil maakt. Dat weet iedereen. Vanuit het principe Leren met diepgang en betrokkenheid ontwikkelde Edu-Sign Professional samen met leraren een zeer effectieve aanpak om te groeien in het beroep. 

Tien leraren zijn in gesprek over de vraag wat goed leraarschap is. Interessant is dat de leraren zich bij de beantwoording vooral oriënteren op praktijkervaringen. Daarmee wordt direct de kern geraakt van groeien in het beroep. Leraren praten wel over onderwijs, over wat werkt of niet, maar komen niet verder omdat de praktijk hun referentiekader is.
Wie een betere leraar wil worden moet daarvoor minimaal de volgende stappen nemen:

  • De verbinding tussen de persoonlijke identiteit en de onderwijspraktijk zichtbaar maken;

  • Een imaginaire ideale praktijkwereld bedenken, inclusief het gewenste gedrag van leraren en leerlingen;

  • Vaststellen welke kloof er bestaat tussen de dagelijkse en de ideale praktijkwereld;

  • Nagaan welke inzichten onderzoeken over goed onderwijs aanreiken om op denk- en vaardigheidsniveau te groeien in het beroep;

  • De inzichten daadwerkelijk omzetten in zichtbaar gedrag en geen oud gedrag meer toestaan voor het nieuwe geworteld is.

Na een middag hard werken, zitten de tien leraren met rode hoofden bij elkaar. 'Ik heb er net als de leerlingen een dik hoofd van gekregen', glimlacht er één.
Het was een eyeopener dat leraren die hun gedrag aan leerlingen toelichten, metacognitieve vaardigheden bij leerlingen ontwikkelen. Immers leerlingen die begrijpen waarom ze iets doen, leren beter.


Groeien in het beroep betekent ook bewust bestaande patronen afleren. Wetenschappelijke inzichten over onderwijs dat werkt, zijn vaak anders dan de intuïtieve patronen die leraren gebruikelijk hanteren. Gebruik maken van feedback, feed up en feed forward, dit verbinden aan de lesdoelen en de bereikte resultaten blijkt een hele kunst. Concrete oefeningen in de vorm van minilessen is de enige manier om persoonlijk te ervaren wat hiervan het effect is.

Het hele proces leidt tot het opstellen van een kijkwijzer waarin alle belangrijke principes van leren en instructie geven verwerkt zijn. Zo ontstaat een denk- en doe kader waarvan de leraren precies weten hoe het geïnterpreteerd moet worden. Kortom, ze zijn hiermee persoonlijk verantwoordelijk voor de verbetering van de kwaliteit van het onderwijsproces.

Na actieve scholing, volgt de uitvoeringspraktijk. De begeleider van Edu-Sign is aanwezig in de praktijk, pleegt interventies, doet het gewenste lerarengedrag voor, legt leerlingen uit hoe ze beter kunnen leren. Een intensieve en coöperatieve aanpak met hoog rendement. In eerste instantie vinden leraren het spannend. 'Iemand die zich in mijn les mengt.' Maar de praktijk verloopt heel natuurlijk en leerlingen vinden het fascinerend. 'Wanneer komt u weer?', wordt regelmatig aan de begeleider gevraagd. 'We leren veel hoe we samen beter kunnen leren.'

En dat is passend onderwijs in optima forma. Leraren en leerlingen laten groeien. Laat u informeren over deze unieke aanpak van Edu-Sign Professional.

©Bert Kalkman
Hits: 1406
Waardeer dit blogartikel:

In de slag om de leerling zoeken scholen voor voortgezet onderwijs naar mogelijkheden om zich te onderscheiden. Dat gebeurt niet alleen meer door identiteit of een eigen pedagogisch en onderwijskundig concept. Steeds vaker bieden scholen naast het reguliere onderwijsprogramma een verdiepingsprogramma aan. Business is hiervan een voorbeeld. 

Ruim een jaar is Edu-Sign Management betrokken bij de transitie van een school voor voortgezet onderwijs naar een school met een Highschoolprofiel. De school ligt midden in de grote stad en wordt grotendeels bevolkt door allochtone leerlingen. Leerlingen met ambitie en vastbesloten iets van hun leven te maken. Daar springt de school op in, door naast het reguliere onderwijsprogramma drie studierichtingen aan te bieden: Business, Science en Creative.

Hoe is de transitie aangepakt? Na het uitspreken van de ambitie is Edu-Sign Management aan het werk gegaan. Allereerst is er een Highschoolconcept ontwikkeld. Kort en krachtig zijn de pedagogische, onderwijskundige en organisatorische uitgangspunten beschreven.

Vervolgens is het businessprofiel beschreven. Hier is ervoor gekozen om het begrip entrepeneurship centraal te stellen. Daarmee is het businessprofiel toegankelijk voor alle leerlingen, die creatief en ondernemend zijn. Het businessprofiel beschrijft de attitude, kennis, inzicht en vaardigheden die iedere leerling na vijf jaar (Havo) of zes jaar (VWO) moet bezitten. Het profiel sluit aan op internationale programma's voor entrepeneurship.

Het businessprogramma kent drie fasen:

  • Leerjaar 1: Exploring business
  • Leerjaar 2-3: Business basics
  • Leerjaar 4-6: Young Entrepeneurs

Iedere fase wordt afgesloten met een certificaat. Vanaf leerjaar 3 tot en met 6 sluiten de certificaten aan bij een internationaal erkende kwalificatiestructuur.

Het onderwijsprogramma is beschreven op moduleniveau en ingebed in het businesscurriculum waar de domeinen en doelstellingen beschreven zijn. Deze beschrijving sluit aan op internationale curricula.

Nu, een jaar na de start van het project gaat de implementatie met vallen en opstaan. Dwars door de ontwikkeling heen loopt een fusieproces waarbij drie scholen ineengevlochten moeten worden. Maar nu blijkt de kracht van een helder beschreven concept en een sterk curriculum. De richting is duidelijk. De opzet van het businessprofiel stuurt ook de inrichting van Science en Creative aan.

Business spreekt aan. De eerste leerlingen zijn gestart. Nieuwe ouders en leerlingen zijn nieuwsgierig. 'Hoe werkt zo'n profiel? Kan dat wel naast het gewone programma?' Maar een businessprofiel volgen met straks een internationaal erkende kwalificatie, is ook uitdagend.

Intussen gaat het proces verder. Ook praktische zaken als lessentabellen en de toekenning van uren horen er bij. Nog even en de onderhandelingen met Hogescholen en Universiteiten starten. Want leerlingen die vijf of zes jaar extra business gevolgd hebben, dat zijn interessante klanten voor wie ze best iets willen doen.

Interesse? Edu-Sign Management adviseert en begeleid scholen bij transitieprocessen.

©Bert Kalkman
Hits: 1316
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Organisatieontwikkeling

In schoolorganisaties is inspraak een groot goed. Leiding en medewerkers hebben elkaar immers nodig om samen vorm te geven aan de schoolcultuur. Maar wat wanneer de koers verlegd moet worden? Opeens spelen allerlei zaken op. En hoe dichter het proces op de identiteit komt, hoe moeizamer reflectie en leerprocessen verlopen. Herkenbaar?

Organisaties kennen verschillende fasen in de ontwikkeling. En leidinggevenden doen er verstandig aan deze fasen goed in het oog te houden.  Een spannende fase is wanneer de koers verlegd moet worden. Dat vraagt andere manieren van denken en handelen, iets wat meestal niet vanzelf gaat. Bestaande patronen zijn vaak zo ‘vanzelfsprekend’ dat het gedrag bijna routinematig kan worden. Nogal eens wordt vergeten dat deze ‘vanzelfsprekende’ patronen het veranderen van persoonlijk gedrag stevig kunnen belemmeren. Iedereen wordt eigenlijk geacht zich te voegen naar de bestaande cultuur en bijbehorende structuren. Dat geldt net zo goed voor leidinggevenden als werknemers.

Organisaties die de koers moeten verleggen stuiten in veel gevallen op bovengenoemde spanning. Daarom is het van belang bij koersveranderingen niet aan de oppervlakte te blijven. Het is de kunst gezamenlijk en individueel op zoek te gaan naar nieuw gedrag en dat ook te praktiseren.

Het proces wat hier plaats vindt, noemt Wierdsma (2012) de plek der moeite. Het gaat om de principiële vragen. Wat voor organisatie willen we zijn, hoe willen onze klanten ons zien en wat voor gedrag hoort daarbij? Geen gemakkelijke vragen, maar wel noodzakelijk om een veranderende of nieuwe koers uit te zetten.

Het principe van de plek der moeite is verhelderend. Zeker in schoolorganisaties, die vaak moeizaam veranderen, helpt het wanneer leidinggevenden de plek der moeite concreet maken en benoemen. Impliciete processen, die zich voltrekken in de hoofden van leraren worden zo expliciet.

...
©Bert Kalkman
Hits: 1062
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Algemeen

Bouwen is samenwerken
In Nederland vindt onderwijs nog altijd grotendeels plaats ín het schoolgebouw. De meeste pedagogen zijn het erover eens dat onderwijs het beste ‘werkt’ wanneer het verbonden is met de praktijk, de samenleving, onze leefomgeving. Bij het ontwerp van een schoolgebouw moet dan ook intensief worden samengewerkt met pedagogen en didactici om de pedagogische en didactische visie ruimtelijk te vertalen waardoor het gebouw het onderwijs ondersteunt.

Normen
In Nederland wordt de uiteindelijke ruimtelijke opzet van veel scholen grotendeels bepaald door de geldende normen qua ruimte, het daaraan gekoppelde budget en het traditionele gang,- of haltype als ruimtelijk model. Omdat de norm karig is, zeker in vergelijking met het buitenland, zal het niet verbazen dat veel scholen compacte en efficiënte gebouwen zijn waarin iedere meter is benut. Op zichzelf is dit niet verkeerd, maar het levert niet het beste resultaat op. De kans dat het resultaat veel rijker en doeltreffender is ontstaat wanneer er een nauwe samenwerking is tussen architecten en onderwijskundigen bij het ontwerp van een schoolgebouw.

Visie heeft effect
Hierbij vormt een duidelijke onderwijskundige visie de basis van waaruit gewerkt wordt, waar naartoe gewerkt wordt. De architect gaat aan het werk om tot een ruimtelijk model te komen, een ruimtelijk concept waarin de basale behoeften vanuit het onderwijs plaats wordt geboden. In de beginfase zijn dit vaak meerdere modellen en gaandeweg het proces groeit één ruimtelijk model uit tot een kernachtige vertaling van de onderwijskundige visie. Onderwijskundigen toetsen dit model, stellen het scherp en bevragen bepaalde ruimtelijke keuzes.

Nieuw denken
Bij dit proces is het belangrijk dat architecten en onderwijskundigen leren te vergeten wat ze allemaal al weten van een schoolgebouw. Dan kunnen er verrassende en doeltreffende onderwijsomgevingen ontstaan waarin het leren niet meer plaatsvindt in één klaslokaal tussen vier muren omdat zowel het didactische als ruimtelijke model veel spannender en uitdagender blijkt te zijn.

conceptschets 0002 LR 

SAM 0789

SAM 0792

SAM 0774

©Eef-Jan Boon
Hits: 1379
Waardeer dit blogartikel:
0

Schrijven als leerproces
Leerdagboeken worden in exemplarische leeromgevingen gebruikt als persoonlijk verzameldocument voor leerlingen om tijdens het leerproces een variatie aan zaken vast te leggen. Hierbij valt te denken aan het ordenen van gedachten, het opschrijven van meningen, het maken van samenvattingen, het beantwoorden van kijkvragen, het schrijven van gedichten en verhalen en het maken van ontwerptekeningen en creatieve tekeningen. Zoals in het vorige artikel is beschreven is het vastleggen van het geleerde voor het leerproces van groot belang. In de context van het leerdagboek en de Learning Journal (Moon, 2006) verdient het ‘schrijven als leerproces’ bijzondere aandacht.

Wie schrijft die blijft
Eén van de aspecten van dit leerproces is dat bij het schrijven in het leerdagboek de lesstof herhaald wordt overdacht, in eigen bewoordingen wordt geformuleerd en op de lesstof vanuit een persoonlijk perspectief wordt gereflecteerd. Uit onderzoek onder 217 leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 blijkt dat een meerderheid (62%) deze activering van het denkproces door schrijven onderkent. De leerlingen geven aan dat ze merken dat het vastleggen in het leerdagboek hen helpt om de belangrijkste dingen van de les beter te onthouden.

Begrip neemt toe
Het gegeven dat door het schrijfproces het denken van en begrijpen door leerlingen groeit, wordt in tal van publicaties onderkend. Interessant is bijvoorbeeld datgene wat Woolfolk, Hughes en Walkup (2008) schrijven over de stimulansen voor diepe verwerking van de lesstof. De diepe verwerking van de lesstof wordt volgens deze auteurs vooral gestimuleerd door het beschrijven van informatie in eigen woorden, het leggen van verbanden en het structureren van inhouden. En dat is precies wat bij het werken met leerdagboeken plaatsvindt. Waardering voor het leerdagboek. De leerlingen die met het onderzoek hebben meegedaan onderkennen dus de meerwaarde van het leerdagboek voor hun leerproces.

Mening
Wat betreft het werken in het leerdagboek zelf hebben ze ook een duidelijke mening. Schrijfopdrachten vinden vooral jongens niet leuk. De meisjes zijn iets positiever. Het niet leuk vinden om in het leerdagboek te schrijven kan mede veroorzaakt worden door het gegeven dat veel leerlingen schrijfopdrachten als moeilijk ervaren.

Uitdaging
Het is voor de ontwikkeling van leerdagboeken in de (nabije) toekomst de uitdaging om zodanige ondersteuning en structuur te bieden dat kinderen in hun schrijfproces worden begeleid, zich meer competent gaan voelen en daarmee het schrijven positiever gaan waarderen (Boeckaerts, 2005). De leerlingen geven aan dat ze meer plezier beleven aan het tekenen en het knippen/plakken in het leerdagboek. Wat betreft tekenopdrachten is voor leerlingen van groep 5 tot en met 8 onderscheid gemaakt tussen het maken van een creatieve en technische tekening. Het maken van een creatieve tekening als een schilderij kan gemiddeld genomen op meer sympathie rekenen dan het maken van een technische tekening.

Het uitgevoerde onderzoek laat zien dat leraren en leerlingen het leerdagboek zien als een waardevolle educatieve tool. Om deze reden noemde één van de leraren het leerdagboek dan ook ‘één van de onmisbare pijlers van onderwijs met diepgang en betrokkenheid’.

N.a.v.: Blom, P.D. (2012). De waardering van leraren en leerlingen voor het leerdagboek als educatieve tool in exemplarische leeromgevingen. Masterthesis onderwijskunde, Universiteit Utrecht.

Literatuur
Boekaerts, M. (2005). Motivation to learn. Educational Practices 10. Geneva: UNESCO International Bureau of Education. Gevonden op 12 november 2012, op http://www.ibe.unesco.org/fileadmin/user_upload/archive/publications/EducationalPracticesSeriesPdf/prac10e.pdf

Moon, J.A. (2006). Learning Journals. A handbook for reflective
practice and professional development. London/New York: RoutledgeFalmer.

Woolfolk,
A., Hughes, M. & Walkup, V. (2008). Psychology in Education. Harlow:
Pearson Education.

 

©Pieter Dirk Blom
Hits: 2204
Waardeer dit blogartikel:

Napoleon
Juni 1815 Terwijl de Franse legers van Napoleon oprukken, haasten de Britten, Nederlanders en Pruisen zich naar hun stellingen. Weer lijkt Napoleon hen te slim af te zijn. Op zondag 18 juni 1815 ontbrandt de hevige strijd. ’s Avonds om 21:00 uur is de strijd voorbij: Napoleon is definitief verslagen. Europa haalt opgelucht adem. April 2013

Leerdagboek
Leerlingen van groep 8 zitten gebogen over Waterloos strijdtoneel. De overzichtskaart in hun leerdagboek ligt opengeslagen. Op basis van een dagboek over de strijd worden legers in stelling gebracht, aanvallen uitgevoerd, verliezen geleden en overwinningen behaald. Dan is ook op papier de strijd voorbij. Hoewel… Oorlogsgeluiden klinken door het lokaal als de meester het muziekstuk van Benedict Silbermann laat horen.

Verdieping
En ook na schooltijd is de Slag nog niet voorbij. Enthousiast werken een aantal leerlingen aan een verdiepingstaak waarbij een eigen lied over Waterloo gecomponeerd moet worden. In 2013 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van het deel voor groep 8 van Venster op Nederland.

Testfase H8.1 Nederland op stoom
In april was hoofdstuk 1 ‘Nederland op stoom’ gereed om in de praktijk te worden uitgeprobeerd. Dit eerste hoofdstuk voor groep 8 gaat over verschillende facetten van de 19e eeuw. Naast staatkundige ontwikkelingen (in 1815 krijgt Nederland de eerste koning: Willem I) is er volop aandacht voor de industrialisering, de kinderarbeid, de opkomst van de emancipatiebewegingen en de Schoolstrijd.

Praktijkervaring
Hoe de leerlingen het werken met Venster op Nederland in het algemeen, en in het bijzonder het werken over ‘Nederland op stoom’ ervaren hebben? Daarover hoeft de leraar die de conceptmaterialen heeft uitgeprobeerd, niet lang over na te denken. ‘Het spreekt ze geweldig aan’, vertelt hij. ‘Dit onderwijs is echt anders, dat vertelden leerlingen me toen ik er in de klas naar vroeg. Wat is er dan anders? zo wilde ik van hen weten. Je bent er helemaal mee bezig, zo vertelde een meisje. Een jongen merkte op dat hij de dingen goed leerde begrijpen. Ook de afwisseling van activiteiten spreekt ze erg aan.’ De leraar is niet zuinig met zijn complimenten. ‘De handleiding is goed doordacht en biedt een prima handvat om de lessen voor te bereiden en te geven. Ik vind het waardevol dat er tips worden gegeven om onderwerpen verder uit te werken. Mooi dat er gelegenheid is voor vakkenintegratie. Zo heb ik de verwerking van de opening van de eerste spoorrails op 18 september 1839 bij de tekenles laten uitvoeren.’ De leraar van groep 8 heeft nog maar één hoofdstuk gezien – en dat in een testversie. Maar hij weet het zeker: ‘Ook het deel voor groep 8 beloofd iets moois te worden!’

U wilt weten wat u met Venster op Nederland kunt? Laat u door ons informeren.

 

©Pieter Dirk Blom
Hits: 1604
Waardeer dit blogartikel:
0

Posted door op in Grote meesters

Kalkman, B. & Buck, P. (2007, 2012). Het oog van de meester. Sliedrecht: Edu-Sign.

'Leren met inzicht en begrip is een mensenrecht', is een uitspraak van de Duitse pedagogoog en natuurkundige Martin Wagenschein. Als vriend van de Nederlandse wiskundige Hans Freudenthal was hij in de vijftiger jaren op bezoek in Nederland. Helaas is zijn werk in Nederland relatief onbekend gebleven. Wagenschein was de bescheidenheid zelf en was liever bezig zijn ideeën om te zetten in inspirerende praktijken dan zichzelf te promoten. Peter Buck, emeritus hoogleraar uit Heidelberg en Bert Kalkman weten zich al jaren verwant met de pedagogische gedachten van Wagenschein. Daarom ter kennismaking deze bijdrage over een pedagoog die altijd leraar gebleven is.

Download Het oog van de meester

 

©Bert Kalkman & Peter Buck
Hits: 1772
Waardeer dit blogartikel:

Both, K. (2012). Zorgen voor biodiversiteit. In: Mensenkinderen 132 (pp.31-33).

Wel eens over de Grote bladsnijder gehoord? En er een gezien? Of de Witbaardzandbij? Een school kan de onderwijsmaterialen van 'Het jaar van de bij' bestellen om dat te weten te komen. Er gaat dan een wereld open, voor kinderen en hun groepsleiders, namelijk de wereld van bijen. Bovendien kan je deze dieren een handje helpen. Een ideaal thema voor wereldoriëntatie dus. En als het dit schooljaar niet meer in te passen is: bestel dan vooral de materialen. Dan maak je van 2013 je eigen 'Jaar van de bij'. Kees Both, pedagoog, Jenaplandeskundige en intensief betrokken bij natuuronderwijs laat in zijn bijdrage zien hoe leraren aandacht kunnen geven aan 'biodiversiteit', met de bijen als voorbeeld.


Download Zorgen voor biodiversiteit

©K. Both
Hits: 1309
Waardeer dit blogartikel:

In de voorgaande blogs heeft u kunnen lezen hoe Venster op Nederland door Edu-Sign Studio ontwikkeld wordt. Deze keer houden we u op de hoogte van de onwikkeling van de groepen 5, 7 en 8. U leest ook hoe samenwerking met musea kan leiden tot authentieke leerervaringen.

December 2012 is de inhoudelijke ontwikkeling van groep 7 afgerond. Daarmee is de periode van het onstaan van de Republiek, de Tachtigjarige oorlog tot en met de periode van de Franse tijd een feit. Een dynamische periode waarin zich grote ontwikkelingen voordeden die sterk bepalend zijn geweest voor hoe ons land er nu uitziet. Nu de ontwikkeling klaar is, wordt er hard gewerkt aan de vormgeving en opmaak en het klaarmaken van de proefdrukken. Het materiaal ziet er prachtig mooi uit. De mooie vensterplaten en illustraties, de foto's van authentieke object, het bronmateriaal, de levendige verhalen en de speelse verdiepende werkwijze staan garant voor eigentijds geschiedenisonderwijs.
De leerlingen op een van de testscholen verwoordden hun ervaringen zo:

'Dit is pas echt leuk onderwijs. Het is net of je er zelf bij bent. En wat ook mooi is, je kunt alle verhalen nog eens nalezen. Lekker spannend!'

Met de ontwikkeling van groep 5 en 8 is begonnen. Groep 5 is een overzichtsjaar. De kinderen beginnen in de eigen tijd en eindigen bij de Hunebedbouwers. De rode draad is hoe mensen in de verschillende perioden woonden. Het eerste hoofdstuk dat ontwikkeld en inmiddels getest wordt is 'Leven als een vorst'. In dit hoofdstuk staan paleis Het Loo en de geschiedenis van ons vorstenhuis centraal. Dankzij de geweldige medewerking van de educatieve dienst en afdeling beelddocumentatie beschikken we over bijzonder mooi en authentiek beeldmateriaal. We hopen uiteraard dat op deze manier de geschiedenis van paleis Het Loo voor kinderen tot leven komt en leraren en leerlingen motiveert om er zelf eens te gaan kijken. Zie ook paleis Het Loo.

Het volgende hoofdstuk dat ontwikkeld zal worden gaat over kastelen. Eveneens een prachtig onderwerp voor de leerlingen uit groep 5. Ook nu zijn we op zoek naar historische plaatsen en personen die kinderen duidelijk kunnen maken hoe het leven op een kasteel zich door de tijd ontwikkeld heeft.

Groep 8 begint met de Slag bij Waterloo. Napoleon ontsnapt uit gevangenschap en bezorgt de Europese landen opnieuw veel ongemak. Hoewel heftig, is het een gebeurtenis van korte duur. De leerlingen maken kennis met Koning Willem I, ook wel de koopman-koning genoemd. Ze leren hoe de economische ontwikkeling in ons land zich voltrekt. Groeiende welvaart en bittere armoede zijn ook in deze periode nog volop aan de orde. Ook de teleurstelling rond de Belgische opstand en de onrust in de kerk over de afscheiding staan in het eerste hoofdstuk centraal. Hoewel niet zo bekend, is ook deze periode een enerverende tijd. Het tijdperk van de Republiek ligt achter ons en de opbouw van het Koninkrijk der Nederlanden is begonnen. We heten u en de kinderen welkom in deze nieuwe periode en gaan op weg naar de nieuwste tijd.

 

 

...
©Bert Kalkman
Hits: 1387
Waardeer dit blogartikel:

Leerdagboeken vergroten betrokkenheid op het leerproces (1)

Het werken in leerdagboeken vergroot de collectieve en individuele betrokkenheid van leerlingen bij het leerproces. Dat is één van de uitkomsten van een onderzoek naar de waardering van leraren en leerlingen voor het leerdagboek als educatieve tool binnen exemplarische leeromgevingen. Het onderzoek naar de waardering van leerdagboeken is uitgevoerd door Pieter Dirk Blom in het kader van zijn masterthesis onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht. Lees in dit artikel een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek.

Vastleggen van het geleerde

Leerdagboeken worden in exemplarische leeromgevingen gebruikt als persoonlijk verzameldocument voor leerlingen om tijdens het leerproces een variatie aan zaken vast te leggen. Hierbij valt te denken aan het ordenen van gedachten, het
opschrijven van meningen, het maken van samenvattingen, het beantwoorden van kijkvragen, het schrijven van gedichten en verhalen en het maken van ontwerptekeningen en creatieve tekeningen.

Het vastleggen van het geleerde is voor het leerproces van groot belang. Simons (1999) noemt de aandacht voor het vastleggen van het geleerde zelfs een kwaliteitscriteria van een krachtige leeromgeving. In de literatuur wordt de persoonlijke en actieve verwerking van de leerstof breed onderkent (Lodewijks, 1993; Simons, 1999; Van der Maas, 2010).

Waardering voor het leerdagboek

Om welke redenen waarderen leraren het leerdagboek voor het leerproces van leerlingen? Deze vraag stond centraal tijdens de kwalitatieve interviews met vier leraren van een middelgrote expertschool voor exemplarisch onderwijs. Deze leraren bestrijken de groepen 3 tot en met 8 van het primair onderwijs.

...
©P.D. Blom
Hits: 1989
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Algemeen

School of Senses

Stel: je hebt ooit lesgegeven, volgt de opleiding 'Master of Architecture' en ben behept met fascinaties voor licht, ruimtelijke ervaring en onderwijsvernieuwing. Als je dan leest: 'Onderwijs moet, waar mogelijk, niet beginnen in methodeboeken, maar met het waarnemen van verschijnselen', weet je ineens waar je op af wilt studeren.

Stel je een gebouw voor waarin de mogelijkheden om te leren, te ervaren, tot inzichten te komen voortdurend worden gestimuleerd. Een gebouw waarin leerlingen betrokken zijn, enthousiast en gemotiveerd. Een gebouw waarin de zintuigen worden aangesproken en waarin licht, materiaal en ruimte een grote rol speelt. Waarin ruimte is voor muziek en theater maar ook voor concentratie en stilte. Een gebouw waarin de natuur aanwezig is, waar water is en de ervaring van seizoenen. Een gebouw waarin de traditionele klaslokalen uit elkaar gewandeld zijn en getransformeerd tot verschillende laboratoria waartussen 'useless space' is, om te verwerken, elkaar te ontmoeten, te exposeren of voor functies die je niet van te voren had kunnen bedenken, maar die nooit kunnen in 'de school' omdat de ruimte beperkt en ook bepaald is.

Building

Stel je een gebouw voor waarin plekken zijn waar de leeromgeving in contact staat het publieke domein, bijvoorbeeld door expositieruimte en gedeeld ruimtegebruik. Een gebouw verankerd in- en interactief met historische stad en de buurt. Waarin ruimte is voor experiment. Kortom, een gebouw waarin de rijkdom van de wereld om ons heen weerklank vindt. Een gebouw van contrasten.

...
©Eef-Jan Boon
Hits: 1495
Waardeer dit blogartikel:

Posted door op in Algemeen

Werken in het onderwijs is mooi. Werken aan de ontwikkeling van jonge mensen geeft energie. Uit onderzoek (CAOP Research en DUO, 2012) blijkt echter ook dat sinds 2012 het ziekteverzuim stijgt. De verwachting is dat de stijging de komende tijd zal doorzetten.

Op 10 oktober 2012 organiseerden Edu-Sign Management en RPN coaching en advies een seminar over preventief leidinggeven. De deelnemers waren leidinggevenden uit zowel primair als voortgezet onderwijs. Het was een intensief seminar waarbij interessante items de revue passeerden. Een kleine greep.

Sturen is de kunst
Leidinggevenden zitten nogal eens klem tussen wat hun bestuurders en/of externe instanties van hen verwachten en wat wenselijk is voor de ontwikkeling van de leraren en het onderwijs. Hierdoor ontstaat een zogenaamd sturingsdillemma; een verschil in perspectief. Het ene perspectief is gericht op de formele lijnen en procedures. Het andere perspectief is gericht op de menselijke maat. Organisaties doen er goed aan vooral te investeren in de menselijke maat. Allerlei onderzoeken over het leren van mensen en organisaties laat zien, dat de pendel- beweging tussen missie, visie en de praktijk de medewerkers stimuleert hun werk met plezier te doen. Hoe beter medewerkers weten waarom ze het werk op een bepaalde manier doen en wat dat bijdraagt aan het realiseren van de missie en visie, hoe beter ze functioneren. Daar op sturen is dus preventief leidinggeven. Deze mensgerichte en inhoudelijke benadering zorgt er ook voor dat de last die vaak ervaren wordt door allerlei protocollaire procedures, als minder dominant ervaren wordt. Dat relativeert en biedt ruimte voor inhoudelijk werken. Het is een aanpak die wellicht wat afwijkt van waar de planning en controlfreaks van houden. De overtuiging van Edu-Sign is, dat deze aanpak een duurzaam effect heeft en dat is preventie op de lange termijn.

De leidinggevende door de ogen van werknemer
Leiding geven is de kunst van sturing geven zonder de werknemer het gevoel te geven dat hij gestuurd wordt. Hoewel het laatste soms zeker ook nodig is. Een leidinggevende moet zich daarom ook altijd verplaatsen in zijn medewerkers. Leidinggeven betekent immers 'overkanter' zijn. Je wilt of je moet iets in beweging zetten of houden. Soms is het zinnig, maar soms ook minder. Dat voelen werknemers haarfijn aan en hebben daar in veel gevallen ook zo de mening over. Kijken door de ogen van de werknemer biedt daarom kansen, dichtbij de ander te komen. Overwegingen en motieven op het spoor te komen, maar evenzeer goede praktische oplossingen te ontdekken waar je als leidinggevende niet op komt.

Als de leiding faalt
Onderwijs is communicatief en relationeel ingesteld. Er wordt veel gepraat. Maar wordt er ook daadwerkelijk gesproken met elkaar. Vaak weten leraren en leidinggevenden heel goed waar zich knelpunten en problemen voordoen. Maar aanpakken en doorpakken laat vaak lang op zich wachten. Dat veroorzaakt veel stress. Niet alleen bij degene die het betreft, maar ook bij de directe omgeving. Bij preventief leidinggeven horen daarom professionele feedback, reflectie en verantwoordings structuren. Te vaak ontbreken deze. Te duur, niet te organiseren is dan het antwoord. Kan zijn, maar wees dan niet verbaasd dat leidinggevenden en medewerker lang met problemen rondlopen die niet opgelost worden en met enige regelmaat escaleren. Over energievreters gesproken. Het advies van Edu-Sign is te investeren in de school als professionele pedagogische leergemeenschap. De effecten daarvan op communicatie, veranwoordelijkheid delen, samen leidinggeven etc. zijn positief. Juist door de hiërarchische, door governance ingegeven structueren te relativeren, kunnen lerende gemeenschappen ontstaan die, wanneer ze goed functioneren, preventief werken op het falen van de leiding.

...
©B. Kalkman
Hits: 1618
Waardeer dit blogartikel: